ECLI:NL:TADRAMS:2025:159 Raad van Discipline Amsterdam 24-915/A/A 24-918/A/A
| ECLI: | ECLI:NL:TADRAMS:2025:159 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 08-09-2025 |
| Datum publicatie: | 12-09-2025 |
| Zaaknummer(s): |
|
| Onderwerp: | Wat een behoorlijk advocaat betaamt t.o. de wederpartij, subonderwerp: Vrijheid van handelen |
| Beslissingen: | Regulier |
| Inhoudsindicatie: | Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij gegrond. Verweerders hebben in strijd gehandeld met gedragsregel 20 lid 2. Dit valt hen tuchtrechtelijk te verwijten. Gelet op de ernst van de verwijtbare gedraging, acht de raad de oplegging van een maatregel in de vorm van een waarschuwing passend. |
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam
van 8 september 2025
in de zaken 24-915/A/A en 24-918/A/A
naar aanleiding van de klacht van:
klaagsters
over:
verweerders
gemachtigde: mr. W.F. Hendriksen
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 4 januari 2024 hebben klagers bij de deken van de Orde van Advocaten in
het arrondissement Amsterdam (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerders.
1.2 Op 10 december 2024 heeft de raad de klachtdossiers met kenmerken 2294440
en 2294439 /JS/AS van de deken ontvangen.
1.3 De klachten zijn gelijktijdig behandeld op de zitting van de raad van 23
juni 2025. Daarbij waren klaagster 2, samen met de heer M (in zijn hoedanigheid als
directeur grootaandeelhouder van klaagster 1) en verweerders met hun gemachtigde aanwezig.
Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.
1.4 De raad heeft kennisgenomen van de in 1.2 genoemde klachtdossiers en van
de op de inventarislijst genoemde bijlagen 1 tot en met 5.
2 FEITEN
2.1 Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op de klachtdossiers
en de op de zitting afgelegde verklaringen, uit van de volgende feiten.
2.2 Klaagster 1 heeft een geschil met L NV (hierna: de netbeheerder) over de
vermeende niet tijdige realisatie van huisaansluitingen op het elektriciteitsnet door
de netbeheerder.
2.3 Klaagster 1 wordt in het geschil bijgestaan door klaagster 2.
2.4 De netbeheerder wordt in het geschil bijgestaan door verweerders.
2.5 Op 13 oktober 2023 heeft klaagster 2 namens klaagster 1 aan de netbeheerder
een kort geding dagvaarding uitgebracht. In de dagvaarding heeft klaagster 2 om stukken
verzocht.
2.6 Verweerders hebben namens de netbeheerder geen conclusie van antwoord ingediend
en zij hebben evenmin voorafgaand aan de zitting producties ingediend.
2.7 Op 15 november 2023 heeft de behandeling van het kort geding ter zitting
bij de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem (hierna: de rechtbank) plaatsgevonden.
Tijdens de zitting hebben verweerders een pleitnotitie overgelegd en voorgedragen.
De pleitnotitie bestaat uit 17 pagina's en aan de pleitnotitie is productie 1 gehecht.
In de pleitnotitie zijn integraal e-mails en afbeeldingen opgenomen.
2.8 Ter zitting heeft klaagster 2 namens klaagster 1 bezwaar gemaakt tegen het
gebruik van de e-mails en afbeeldingen in de pleitnotitie, en aangevoerd dat deze
producties niet tijdig zijn ingediend. De voorzieningenrechter heeft het bezwaar van
klaagster 1 gedeeltelijk gegrond verklaard.
2.9 Op 22 november 2024 hebben klaagsters een verzoek om bemiddeling gedaan bij
de deken. De bemiddelingspoging heeft niet tot een oplossing geleid.
2.10 Op 4 januari 2024 hebben klaagster een klacht over verweerders ingediend
bij de deken.
3 KLACHT
De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerders tuchtrechtelijk verwijtbaar
hebben gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klaagsters verwijten verweerders
dat zij pas ter zitting hun stellingen en stukken van hun cliënte naar voren hebben
gebracht in een zeer uitgebreide pleitnotitie met verkapte producties. Dit terwijl
de stellingen en stukken van hun cliënte al maanden bekend waren. Klaagsters hebben
hierdoor niet tijdig en deugdelijk kennis kunnen nemen van deze stellingen en stukken
waardoor zij een reactie daarop ter zitting niet voldoende zorgvuldig hebben kunnen
voorbereiden. Verweerders hebben hiermee de beginselen van een goede procesorde (fair
play) geschonden. Ook hebben verweerders geen afschrift van de stukken bijgevoegd
waar ze zich in de pleitnotitie op beriepen.
4 VERWEER
4.1 Verweerders hebben tegen de klacht verweer gevoerd. De raad zal hierna, waar
nodig, op het verweer van verweerders ingaan.
5 BEOORDELING
5.1 Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. Voor alle
advocaten geldt dat zij partijdig zijn en in principe alleen de belangen van hun eigen
cliënt hoeven te behartigen. Zij hebben veel vrijheid om te doen wat in het belang
van hun cliënt nodig is, maar die vrijheid is wel begrensd. Advocaten mogen de belangen
van de wederpartij niet onnodig of op een ontoelaatbare manier schaden. Zij mogen
zich bijvoorbeeld niet onnodig kwetsend uitlaten over de wederpartij. Ook mogen advocaten
niet bewust onjuiste informatie verschaffen. Daarbij geldt dat advocaten er in beginsel
van mogen uitgaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is.
Slechts in uitzonderingsgevallen zijn advocaten gehouden de juistheid van die informatie
te controleren. Tot slot hoeven advocaten in het algemeen niet af te wegen of het
voordeel dat zij voor hun cliënt willen bereiken, opweegt tegen het nadeel dat zij
aan de wederpartij toebrengen.
5.2 Op grond van gedragsregel 20 lid 1 dient een advocaat bij het bepalen van
het tijdstip van overleggen van stukken, rekening te houden met de gerechtvaardigde
belangen van de wederpartij die op verschaffing van die stukken aanspraak heeft. Op
grond van gedragsregel 20 lid 2 voorkomt de advocaat dat in een zaak de rechter kennisneemt
van stellingen of informatie waarvan gedurende de behandeling van de zaak de wederpartij
niet tijdig en deugdelijk heeft kunnen kennis nemen.
5.3 Klaagsters verwijten verweerders dat zij in de pleitnota verkapte producties
en informatie hebben opgenomen die voorafgaand aan de zitting niet met klaagsters
waren gedeeld en hen nog niet bekend waren. De raad overweegt als volgt.
5.4 Onweersproken is door klaagsters gesteld dat klaagster 2 in de dagvaarding
van 13 oktober 2023 aan verweerders om stukken heeft verzocht. Verweerders hebben
hier toen geen gehoor aan gegeven. Tijdens de behandeling ter zitting op 15 november
2023 hebben verweerders een pleitnota ingediend waarin zij onder meer afbeeldingen
met berekeningen (zogenaamde GAIA berekeningen en informatie uit een congestierapport)
hebben opgenomen. Deze informatie was door hen niet eerder in de procedure ingebracht
en verweerders hebben deze informatie gebruikt ter onderbouwing van hun betoog. Naar
het oordeel van de raad hebben verweerders hiermee de gerechtvaardigde belangen van
de wederpartij om tijdig kennis te kunnen nemen van de inhoud van deze stukken – waarop
gedragsregel 20 lid 2 is gericht – uit het oog verloren. Dat sprake zou zijn geweest
van tijdsdruk en dat er door verweerders niet bewust is geprobeerd om de wederpartij
hiermee onderuit te halen, zoals verweerders hebben aangevoerd, doet voor de verwijtbaarheid
van deze handelwijze niet terzake. Evenmin is relevant of deze nieuwe informatie door
de rechter al dan niet (gedeeltelijk) is meegenomen in de beoordeling. Vaststaat dat
verweerders pas op de zitting informatie aan de rechter hebben verstrekt, waarvan
klagers nog niet eerder kennis hadden kunnen nemen en waarop zij dan ook niet eerder
hadden kunnen reageren. Dat is tuchtrechtelijk verwijtbaar.
5.5 Daarbij stelt de raad vast dat de pleitnota ter zitting is voorgedragen door
verweerder 2 en dat bovenaan de pleitnota de namen van beide verweerders staan vermeld
als zijnde de advocaten van de netbeheerder. Het verweer van verweerders dat het verwijtbaar
handelen niet aan verweerder 2 zou kunnen worden toegerekend omdat hij hierin geen
aandeel heeft gehad, gaat gelet daarop naar het oordeel van de raad niet op.
5.6 De raad concludeert dat de klacht gegrond is.
6 MAATREGEL
6.1 Verweerders hebben in strijd gehandeld met gedragsregel 20 lid 2. Dit valt
hen tuchtrechtelijk te verwijten. Gelet op de ernst van de verwijtbare gedraging,
acht de raad de oplegging van een maatregel in de vorm van een waarschuwing passend.
7 GRIFFIERECHT EN KOSTENVEROORDELING
7.1 Omdat de raad de klacht gegrond verklaart, moeten verweerders op grond van
artikel 46e lid 5 Advocatenwet het door klagers betaalde griffierecht van ieder €
50,- (in totaal € 100,-) aan hen vergoeden binnen vier weken nadat deze beslissing
onherroepelijk is geworden. Klagers geven binnen twee weken na de datum van deze beslissing
hun rekeningnummer schriftelijk aan verweerders door.
7.2 Nu de raad een maatregel oplegt, zal de raad verweerders daarnaast op grond
van artikel 48ac lid 1 Advocatenwet veroordelen in de volgende proceskosten:
a) € 25,- reiskosten van klaagster 2;
b) € 750,- kosten van de Nederlandse Orde van Advocaten en
c) € 500,- kosten van de Staat.
7.3 Verweerders moeten het bedrag van € 25,- aan reiskosten binnen vier weken nadat
deze beslissing onherroepelijk is geworden, betalen aan klaagster 2. Klaagster 2 geeft
binnen twee weken na de datum van deze beslissing haar rekeningnummer schriftelijk
aan verweerders door.
7.4 Verweerders moeten het bedrag van € 1.250,- (het totaal van de in 7.2 onder
b en c genoemde kosten) binnen vier weken nadat deze beslissing onherroepelijk is
geworden, overmaken naar rekeningnummer lBAN: NL85 lNGB 0000 079000, BIC: INGBNL2A,
Nederlandse Orde van Advocaten, Den Haag, onder vermelding van “kostenveroordeling
raad van discipline" en het zaaknummer.
BESLISSING
De raad van discipline:
- verklaart de klacht in beide zaaknummers gegrond;
- legt aan verweerders de maatregel van waarschuwing op;
- veroordeelt verweerders tot betaling van het griffierecht van in totaal € 100,-
aan klaagsters;
- veroordeelt verweerders tot betaling van de reiskosten van € 25,- aan klaagster
2, op de manier en binnen de termijn als hiervóór bepaald in 7.3;
- veroordeelt verweerders tot betaling van de proceskosten van € 1.250,- aan
de Nederlandse Orde van Advocaten, op de manier en binnen de termijn als hiervóór
bepaald in 7.4.
Aldus beslist door mr. K.M. van Hassel, voorzitter, mrs. P.J. Mijnssen en D.V.A. Brouwer, leden, bijgestaan door mr. E.E. Wouters als griffier en uitgesproken in het openbaar op 8 september 2025.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 8 september 2025