ECLI:NL:TADRAMS:2018:14 Raad van Discipline Amsterdam 17-526/A/NH

ECLI: ECLI:NL:TADRAMS:2018:14
Datum uitspraak: 15-01-2018
Datum publicatie: 23-01-2018
Zaaknummer(s): 17-526/A/NH
Onderwerp: Zorg voor de cliënt, subonderwerp: Kwaliteit van de dienstverlening
Beslissingen:
Inhoudsindicatie: Ongegrond verzet

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam

van 15 januari 2018

in de zaak 17-526/A/NH

naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline van 25 augustus 2017 op de klacht van:

klaagster

tegen:

verweerder

1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1 Bij brief van 28 juni 2014 heeft klaagster bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Noord-Holland (hierna: “de deken”) een klacht ingediend over verweerder.

1.2 Bij brief aan de raad van 13 juli 2017 met kenmerk db/md/14-210, door de raad ontvangen op 13 juli 2017, heeft de deken de klacht ter kennis van de raad gebracht.

1.3 Bij beslissing van 25 augustus 2017 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard, welke beslissing op 28 augustus 2017 is verzonden aan klaagster.

1.4 Bij brief van 3 september 2017, door de raad ontvangen op 5 september 2017, heeft klaagster verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.

1.5 Het verzet is behandeld ter zitting van de raad van 4 december 2017 in aanwezigheid van partijen.

1.6 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waarvan verzet en van de stukken waarop de beslissing blijkens de tekst daarvan is gegeven, alsmede van het verzetschrift van klaagster van 3 september 2017.

2 FEITEN EN KLACHT

2.1 Voor een weergave van de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter. Tegen die weergave komt klaagster in verzet niet op.

3 VERZET

De gronden van het verzet komen neer op een herhaling van de klacht met een verzoek om herbeoordeling. Klaagster legt daarbij een klachtenrapport over met de titel “De derde advocaat en de afkoopzaak van de verzekeraar”, met het verzoek dit stuk bij het oordeel te betrekken.

4 BEOORDELING

4.1 De raad is van oordeel dat de voorzitter bij de beoordeling de juiste maatstaf heeft toegepast en voorts acht heeft geslagen op alle relevante omstandigheden van het geval. Het door klaagster bij haar verzetschrift overgelegde klachtenrapport met de titel “De derde advocaat en de afkoopzaak van de verzekeraar” maakte reeds onderdeel uit van het klachtdossier en de voorzitter heeft van dit stuk dan ook kennis genomen. Naar het oordeel van de raad kunnen de door klaagster aangevoerde gronden niet slagen en heeft de voorzitter de klacht terecht en op juiste gronden kennelijk ongegrond bevonden.

4.2 Nu het verzet van klaagster tegen de beslissing van de voorzitter ook overigens geen nieuwe gezichtspunten oplevert is er geen plaats voor verder onderzoek naar de klacht en moet het verzet ongegrond worden verklaard.

BESLISSING

De raad van discipline:

verklaart het verzet ongegrond.

Aldus beslist door mr. Q.R.M. Falger, voorzitter, mrs. G. Kaaij, E.M.J. van Nieuwenhuizen, S. Wieberdink en C. Wiggers, leden, bijgestaan door mr. P.J. Verdam als griffier en in het openbaar uitgesproken 15 januari 2018.

Griffier Voorzitter

Deze beslissing is in afschrift op 15 januari 2018 verzonden.