Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:RBAMS:2011:YB0775
Datum uitspraak:
30-12-2011
Datum publicatie:
30-08-2012
Zaaknummer(s):
GDW403.2011
Onderwerp:
Incassotraject
Beslissingen:
Een berisping
Inhoudsindicatie:
 Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder dat deze alsnog betaling van de factuur wil afdwingen van een vordering die door de kantonrechter is afgewezen. Naar het oordeel van de Kamer kan de vordering niet opnieuw aan de rechter worden voorgelegd. De vordering waarvoor klager opnieuw is aangemaand, is bij vonnis door de kantonrechter afgewezen omdat de vordering onvoldoende was onderbouwd. In die zin heeft de kantonrechter zich al over de gegrondheid van de vordering uitgelaten. Het past de gerechtsdeurwaarder niet om klager opnieuw voor betaling van die vordering aan te schrijven met de mededeling dat zonder aankondiging tot verdere rechtsmaatregelen c.q. executiemaatregelen zou worden overgegaan. Klacht gegrond. Maatregel van berisping opgelegd.

 

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

 

Beslissing van 30 december 2011 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer 403.2011 ingediend door:

 

[     ],

wonende te [     ],

klager,

 

tegen:

 

[     ],

gerechtsdeurwaarder te [     ],

beklaagde.

 

Ontstaan en loop van de procedure

 

Bij brief van 10 juni 2011 heeft klager een klacht ingediend tegen (het kantoor van) beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder.

Bij brief van 30 juni 2011 heeft de gerechtsdeurwaarder een verweerschrift ingediend.

De klacht is behandeld ter zitting van 6 december 2011 waar klager en de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen.

Van de behandeling ter zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

De uitspraak is bepaald op 30 december 2011.

 

1. De feiten

 

a)      Bij vonnis van 27 mei 2010 heeft de kantonrechter te Zaandam een vordering van de opdrachtgever van de gerechtsdeurwaarder wegens medische kosten als zijnde onvoldoende onderbouwd afgewezen.

b)    Bij brief van 2 mei 2011 heeft de gerechtsdeurwaarder klager op verzoek van zijn opdrachtgever opnieuw tot betaling van de vordering gesommeerd.

c)     Tussen de gerechtsdeurwaarder en klager is verder over de vordering gecorrespondeerd bij brieven van 2 en 4 mei 2011 en 1 juni 2011.

 

2. De klacht

 

Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder dat deze alsnog betaling van de factuur wil afdwingen van een vordering die door de kantonrechter is afgewezen. De gerechtsdeurwaarder heeft klager laten weten dat het vonnis de betalingsverplichting van de factuur niet ontkracht en klager de factuur alsnog dient te betalen. Om hem onder druk te zetten om te betalen acht klager klachtwaardig.

 

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

 

De gerechtsdeurwaarder heeft samengevat het volgende aangevoerd. Omdat de rechter zich in dit geval niet heeft uitgelaten over de gegrondheid van de vordering, heeft de opdrachtgever de vordering voor wat betreft de oorspronkelijke factuurbedragen gehandhaafd. Dit omdat klager de juistheid van de facturen heeft erkend. Feitelijk is getracht klager te bewegen de vordering buiten rechte te voldoen en daarmee een nieuwe gang naar de rechter te voorkomen. De gerechtsdeurwaarder stelt zich op het standpunt dat niets eraan in de weg staat de rechter te verzoeken zich opnieuw ten principale over de vordering uit te laten.

 

4. De beoordeling van de klacht

 

4.1 Op grond van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn (kandidaat-) gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk (kandidaat-)gerechtsdeurwaarder betaamt. De klacht is ingediend tegen het kantoor van de gerechtsdeurwaarder maar gerechtsdeurwaarder [     ] heeft zich opgeworpen als beklaagde. Hij wordt als zodanig aangemerkt. Hiermee is in de aanhef van de beschikking al rekening gehouden.

 

4.2 Ter beoordeling staat of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

 

4.3 Het door de gerechtsdeurwaarder gevoerde verweer gaat niet op. De vordering waarvoor klager opnieuw is aangemaand, is bij vonnis van 27 mei 2010 door de kantonrechter afgewezen omdat de vordering onvoldoende was onderbouwd. In die zin heeft de kantonrechter zich al over de gegrondheid van de vordering uitgelaten. Dit vonnis is inmiddels in kracht van gewijsde gegaan zodat dit vonnis niet meer kan worden aangetast anders dan door het instellen van een bijzonder rechtsmiddel.

 

4.4 Naar het oordeel van de Kamer kan de vordering dan ook niet opnieuw aan de rechter worden voorgelegd. Het past de gerechtsdeurwaarder niet om klager opnieuw voor betaling van die vordering aan te schrijven met de mededeling dat zonder aankondiging tot verdere rechtsmaatregelen c.q. executiemaatregelen zou worden overgegaan. Dat is tuchtrechtelijk laakbaar en de klacht van klager is dan ook terecht voorgesteld.

 

5. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt. De Kamer ziet aanleiding om tot het opleggen van na te melden maatregel over te gaan.

 

BESLISSING

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-       verklaart de klacht gegrond;

-       legt de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op.

 

Aldus gegeven door mr. H.C. Hoogeveen, plaatsvervangend-voorzitter, mr. H.M. Patijn en M.J-M.L. Baudoin leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 december 2011 in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Meer informatie

Acties

Meta gegevens