Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:RBAMS:2011:YB0644
Datum uitspraak:
07-06-2011
Datum publicatie:
11-07-2011
Zaaknummer(s):
GDW548.2010
Onderwerp:
Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Een berisping
Inhoudsindicatie:
Halvering beslagvrije voet op grond van uitlatingen op Hyvespagina. Als al kan worden aangenomen dat op grond van deze gegevens de beslagvrije voet mag worden gehalveerd, dan geldt dat halvering slechts is toegelaten als de schuldenaar geen informatie wenst te verstrekken over het inkomen van zijn of haar partner. In dit geval werd er wel informatie verstrekt. Gezien de gemotiveerde bezwaren van (de gemachtigde van) klager had het op de weg van de gerechtsdeurwaarder gelegen nader onderzoek te plegen dan wel een en ander aan zijn opdrachtgever voor te houden. Klacht wordt gegrond verklaard en er wordt de maatregel van berisping opgelegd.

 

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

 

Beslissing van 7 juni 2011 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer 548.2010 ingesteld door:

 

[     ],

wonende te [     ],

klager,

gemachtigde  [     ],

 

tegen:

 

[     ],

gerechtsdeurwaarder te [     ],

beklaagde.

 

Ontstaan en loop van de procedure

 

Bij brief van 29 juli 2010, ingekomen op 30 juli 2010 heeft klager een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder.

Bij brief van 4 augustus 2010, ingekomen op 6 augustus 2010, heeft de gerechtsdeurwaarder op de klacht gereageerd.

Bij akte van 18 april 2011 heeft de gerechtsdeurwaarder een productie overgelegd.

De klacht is behandeld ter zitting van 26 april 2011waar klager vergezeld door zijn gemachtigde en de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen.

Van de behandeling ter zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

De uitspraak is bepaald op 7 juni 2011.

 

1. De feiten

 

a)     De gerechtsdeurwaarder heeft ten laste van klager beslag gelegd en daarbij de beslagvrije voet gehalveerd omdat klager het inkomen van de partner die hij zou hebben, niet had opgegeven.

 

b)    Bij email van 14 juni 2010 heeft klager bezwaar gemaakt tegen de halvering van de beslagvrije voet.

 

c)     Bij email van 14 juni 2010 heeft de huisgenote van klager de gerechtsdeurwaarder medegedeeld dat zij haar huis deelde met twee personen waarmee zij een zakelijk relatie had en voorts dat zij geen relatie had met klager.

 

d)    Bij email van 16 juni 2011 heeft een medewerker van de schuldhulpverlening de gerechtsdeurwaarder verzocht de beslagvrije voet aan te passen.

 

e)     Bij brief van 24 juni 2010 heeft de gemachtigde van klager gemotiveerd aangegeven waarom de huisgenote van klager niet als zijn partner kon worden aangemerkt en heeft een kopie van het huurcontract van klager overgelegd.

 

2. De klacht

 

Klager stelt – samengevat - dat de gerechtsdeurwaarder de beslagvrije voet onjuist heeft vastgesteld. Hij heeft de beslagvrije voet gehalveerd omdat klager het inkomen van zijn hospita niet heeft opgegeven. De gerechtsdeurwaarder is van mening dat de hospita de partner is van klager. Dat baseert de gerechtsdeurwaarder op gegevens die staan vermeld op een Hyvespagina van klager. De woonsituatie van klager is echter dat hij een kamer huurt en een zelfstandige huishouding voert.

 

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

 

De gerechtsdeurwaarder heeft de klacht bestreden. Hiertoe heeft hij aangevoerd – samengevat - dat uit publicaties op internet blijkt dat klager samenwoont zoals bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Wet werk en bijstand. Omdat klager weigert informatie te verschaffen over de inkomsten van zijn partner is de beslagvrije voet gehalveerd. Zo de beslagvrije voet onjuist zou worden toegepast, dan is de gerechtdeurwaarder van mening dat dit aan de door klager verstrekte tegenstrijdige informatie te wijten is.

 

4. Gronden van de beslissing

 

4.1 Op grond van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet (GDW) zijn gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk gerechtsdeurwaarder betaamt. Ter beoordeling staat of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

 

4.2 Op grond van de wet (art. 475g lid 2 Rv) is halvering van de beslagvrije voet als sanctie mogelijk indien de beslaglegger (of de gerechtsdeurwaarder) de debiteur verzoekt om op te geven hoeveel het inkomen van zijn partner bedraagt en de debiteur dat niet doet. Daarvan kan alleen sprake zijn indien de gerechtsdeurwaarder een redelijk vermoeden heeft dat de debiteur een partner heeft. Uit de door de gerechtsdeurwaarder overgelegde stukken blijkt dat hij het vermoeden dat klager een partner heeft, heeft afgeleid aan een mededeling van klager op zijn Hyves-pagina waar staat vermeld “Chilling with Kimmy en Its me Kimmy who guide” etc.

 

4.3 Als al kan worden aangenomen dat op grond van deze gegevens de beslagvrije voet mag worden gehalveerd - de enkele mededelingen als hiervoor vermeld lijken een te ruime interpretatie van het bepaalde in artikel 3 van de Wet werk en bijstand -dan geldt het volgende. De beslagvrije voet is ingesteld om te voorkomen dat een schuldenaar wegens beslag op al zijn inkomen een beroep moet doen op de bijstand. De halvering is slechts toegelaten als de schuldenaar geen informatie wenst te verstrekken over het inkomen van zijn of haar partner. In dit geval werd er wel informatie verstrekt, namelijk er is geen partner en dus ook geen inkomen. Gezien de bezwaren van klager en met name de inhoud van de brief van 24 juni 2011 van de gemachtigde van klager had het op de weg van de gerechtsdeurwaarder gelegen nader onderzoek te plegen dan wel een en ander aan zijn opdrachtgever voor te houden. Gesteld noch gebleken is dat dit is gedaan.

 

4.4 De door de gerechtsdeurwaarder overgelegde uitspraak van de (voorzitter van de) Kamer doet aan het voorgaande niet af. Dat betrof een geval waar geen informatie werd verstrekt (de toegezonden formulieren werden niet teruggestuurd). Bovendien kon gezien de gemotiveerde bezwaren van klager niet worden volstaan met een enkele verwijzing naar de gewone rechter.

 

5. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt. De Kamer ziet aanleiding om de gerechtsdeurwaarder de navolgende maatregel op te leggen.

 

BESLISSING

 

De Kamer voor gerechtsdeurwaarders:

 

-       verklaart de klacht gegrond;

-       legt de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op.

 

Aldus gegeven door mr. A.W.J. Ros, plaatsvervangend-voorzitter, mr. E.R.S.M. Marres  en M.J-M.L. Baudoin leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juni 2011 in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Meer informatie

Acties

Meta gegevens