Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:RBAMS:2010:YB0365
Datum uitspraak:
26-01-2010
Datum publicatie:
25-02-2010
Zaaknummer(s):
2009.237
Onderwerp:
Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Een berisping
Inhoudsindicatie:
Loonbeslag. Bij het bepalen van de beslagvrije voet is geen rekening gehouden met woon- en reiskosten. De Kamer acht het door de gerechtsdeurwaarder ingenomen standpunt onjuist en verklaart de klacht gegrond.

 

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM - 6

Beslissing van  26 januari 2010 zoals bedoeld in artikel 43, van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer 237.2009 ingesteld door:

 

[     ],

wonende te [     ],

klagers,

 

tegen:

 

[     ],

gerechtsdeurwaarder te [     ],

beklaagde.

 

Verloop van de procedure

 

Bij brief met bijlagen ingekomen op 8 april 2009 hebben klagers een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder.

Op 22 april 2009 is het verweerschrift met bijlagen, van de gerechtsdeurwaarder ontvangen.

De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van 17 november 2009.

Hiervan is een proces-verbaal opgemaakt.

 

1. De feiten

 

1.         De gerechtsdeurwaarder is belast met de inning en verdeling van door derden ingehouden en afgedragen gelden terzake van meerdere vorderingen op klagers.

2.         In dat kader is onder meer loonbeslag gelegd in het dossier dat bekend is bij de gerechtsdeurwaarder onder nummer [     ].

3.         Klagers en de gerechtsdeurwaarder verschillen van mening over de te hanteren beslagvrije voet, met name ten aanzien van woonkosten en de reiskosten.

 

2. De klacht

 

Klager beklagen zich erover dat de gerechtsdeurwaarder geen rekening houdt met de woonlasten en dat de reiskosten ten onrechte worden meegenomen in het beslag. Hoewel zij de gerechtsdeurwaarder hierop hebben gewezen wordt dit niet aangepast.

Ter zitting hebben klagers zich beklaagd over de wijze waarop zij door de gerechtsdeurwaarder worden bejegend.

 

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

 

De gerechtsdeurwaarder stelt zich op het standpunt – samengevat – dat reiskosten een component van het netto-salaris zijn en daarom niet behoeven te worden meegenomen bij de berekening van de beslagvrije voet. Woonkosten zijn niet van toepassing omdat het een eigen woning betreft, aldus de gerechtsdeurwaarder. De gerechtsdeurwaarder is van mening dat de gehanteerde beslagvrije voet niet te laag is. Primair stelt hij dat klagers zich over de hoogte van de beslagvrije voet niet tot de tuchtrechter maar tot de civiele rechter dienen te wenden. Subsidiair stelt hij dat er geen sprake is van klachtwaardig handelen.

 

4. Beoordeling van de klacht

 

4.1 Op grond van artikel 34, eerste lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn slechts gerechtsdeurwaarders (waarnemend gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders inbegrepen) aan tuchtrechtspraak onderworpen. Het gerechtsdeurwaarderskantoor kan daarom niet worden aangemerkt als beklaagde. De verweervoerende gerechtsdeurwaarder wordt daarom aangemerkt als beklaagde. Hiermee is in de aanhef van de beschikking al rekening gehouden.

 

4.2 Ter beoordeling staat of de handelswijze van de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet oplevert.

 

4.3 Het komt de Kamer niet onaannemelijk voor dat de executierechter de stelling van klagers dat ook met de woonkosten uit eigen woning rekening moet worden gehouden, zou honoreren gelet op het bepaalde in artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

 

4.4 Het in het verweerschrift neergelegde standpunt van de gerechtsdeurwaarder dat de vergoeding in de reiskosten een component van het netto-salaris is, komt de Kamer eveneens niet geheel juist voor. Inderdaad behoort de reiskostenvergoeding tot het inkomen van klagers, maar het is aannemelijk dat het hier gaat om een onkostenvergoeding waartegenover 1 op 1 uitgaven staan.

 

4.5 Voorts blijkt uit productie 8 bij het verweerschrift (een e-mailwisseling tussen klagers en de Koninklijke Beroepsorganisatie (KBvG) van 6 april 2009) dat de KBvG een ander standpunt inneemt ten aanzien van de vraag of de reiskostenvergoeding onder het loonbeslag valt. Gelet daarop valt het de gerechtsdeurwaarder in ieder geval te verwijten dat hij zijn afwijkende standpunt daaromtrent niet behoorlijk heeft gemotiveerd.

 

4.6 Klagers hebben zich ter zitting beklaagd over de wijze waarop zij door de gerechtsdeurwaarder zijn bejegend. De gerechtsdeurwaarder is niet ter zitting is verschenen om dit standpunt te weerspreken en dit onderdeel van de klacht komt de Kamer authentiek voor. Dit betekent dat het aannemelijk is dat de gerechtsdeurwaarder niet op een behoorlijke wijze heeft gereageerd op terechte vragen van klagers en dusdoende tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld.

 

4.7 Vorenstaande leidt tot de conclusie dat de klacht gegrond dient te worden verklaard. Voorts ziet de Kamer aanleiding na te melden maatregel op te leggen.

 

5. Beslist wordt als volgt.

 

BESLISSING

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-                    verklaart de klacht gegrond;

-                    legt aan de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op.

 

Aldus gegeven door mr. A.W.J. Ros, plaatsvervangend-voorzitter, en

mrs. H.M. Patijn en J.J.L. Boudewijn (plaatsvervangend) leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 januari 2010 in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Meer informatie

Acties

Meta gegevens