Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:RBAMS:2009:YB0252
Datum uitspraak:
02-06-2009
Datum publicatie:
10-07-2009
Zaaknummer(s):
2008.429
Onderwerp:
Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:
Beslagvrije voet. Niet adequaat reageren op verzoeken om aanpassing daarvan.

 

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

Beslissing van 2 juni 2009 zoals bedoeld in artikel 43, van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer 429.2008 ingesteld door:

 

[     ],

wonende te [     ],

klager,

gemachtigde: [     ],

 

tegen:

 

[     ],

gerechtsdeurwaarder te [     ],

beklaagde.

 

Ontstaan en loop van de procedure

 

Bij brief met bijlagen ingekomen op 22 september 2008 heeft klager een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder.

 

Op 29 december 2008 is het aangehechte verweerschrift met bijlagen, van de gerechtsdeurwaarder ontvangen.

 

De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van 21 april 2009, waar beide partijen zoals tevoren meegedeeld, niet zijn verschenen. De uitspraak is bepaald op 2 juni 2009.

 

1. De feiten

a)      Bij beschikking van de voorzitter van 21 oktober 2008 (zaaknummer 412.2008) is een eerdere klacht van klager kennelijk ongegrond verklaard.

b)      In die klacht maakte klager bezwaar tegen de hoogte van de door de gerechtsdeurwaarder vastgestelde beslagvrije voet.

c)      Klager is een alleenstaande man van 86 jaar met alleen een AOW-uitkering. Sinds maart 2007 heeft de gerechtsdeurwaarder op deze uitkering executoriaal derdenbeslag gelegd.

d)      De gerechtsdeurwaarder heeft op 13 februari 2008 de woning van klager betreden om beslag roerende zaken te leggen. Gezien de geringe waarde van de aangetroffen zaken is besloten om af te zien van het beslag. De kosten zijn klager in rekening gebracht.

e)      Tussen partijen bestaat sinds december 2007 een geschil over de hoogte van de toe te passen beslagvrije voet.

f)         Bij brief van 19 mei 2008 heeft de gerechtsdeurwaarder klager geschreven dat hij op verzoek van de gemachtigde met SVB contact heeft opgenomen. Gebleken is daarna dat vanaf februari 2008 een totaal bedrag van € 220,26 te veel is ingehouden. De gerechtsdeurwaarder heeft aanvankelijk voorgesteld dat bedrag op de openstaande schuld in mindering te brengen. Na bezwaar van de gemachtigde is dit bedrag alsnog aan klager betaald.

  

2. De klacht

Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder kort samengevat dat:

a)         deze niet adequaat reageerde op verzoeken van zijn gemachtigde tot aanpassing van de beslagvrije voet;

b)         weigerde de kosten van een - ondanks regelmatige betalingen- (nodeloze) poging tot beslag roerende zaken terug te boeken;

c)         niet is ingaan op herhaalde verzoeken tot aanpassing van de beslagvrije voet en daarbij rekening te houden met meerkosten voor huur en ziektekostenverzekering;

d)         hij verzuimd heeft om in maart 2008 aan SVB de juiste hoogte van de beslagvrije voet mee te delen en dit eerst is gedaan nadat de gemachtigde daarover begin mei 2008 heeft gebeld;

e)         ten onrechte heeft gesteld dat hij steeds op brieven heeft gereageerd maar dat klager in gebreke zou zijn met het toezenden van de gevraagde stukken;

f)          na toezending vanaf 18 januari 2008 van de nodige gegevens en bescheiden nooit is ingegaan op door de gemachtigde gestelde vragen.

 

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

De gerechtsdeurwaarder heeft hiertegen aangevoerd – samengevat – dat:

1)         de klacht een herhaling is van de afgedane klacht met zaaknummer 412.2008 en daarom niet-ontvankelijk behoort te worden verklaard;

2)         met klager uitgebreid is gecorrespondeerd over de beslagvrije voet met en dat die indien de door klager geleverde gegevens daartoe aanleiding gaven, ook is aangepast;

3)         de beslagvrije voet, nadat was vastgesteld dat de SVB een onjuiste beslagvrije voet hanteerde, is gecorrigeerd;

4)         er steeds serieus op verzoeken en brieven van klager is gereageerd;

5)         omdat de vordering aanzienlijk is en algehele afdoening nog geruime tijd zal vergen, op verzoek van de opdrachtgever beslag roerende zaken is toegepast en de wet niet verbiedt om meerdere executiemiddelen tegelijkertijd toe te passen. 

De gerechtsdeurwaarder is dan ook van mening dat er geen sprake is (geweest) van klachtwaardig handelen.

 

4. Beoordeling van de klacht

4.1 De klacht ziet op de afhandeling van het dossier waarin de gemachtigde namens klager optrad. Gelet daarop wordt de klacht geacht namens klager te zijn ingediend.

 

4.2 Anders dan de gerechtsdeurwaarder is de Kamer van oordeel dat de hier voorliggende klacht niet dezelfde strekking heeft als de klacht in de zaak met nummer 412.2008. Weliswaar ging het in die zaak ook om de beslagvrije voet, doch de onderhavige klacht ziet vooral op de wijze waarop het dossier is afgehandeld dan wel is gereageerd op wat door (de gemachtigde van) klager werd aangevoerd.

 

4.3 Alvorens tot beoordeling van de klacht over te gaan, overweegt de Kamer dat ingevolge het bepaalde in artikel 34, eerste lid van de Gerechtsdeurwaarderwet slechts gerechtsdeurwaarders (waarnemend gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders inbegrepen) aan tuchtrechtspraak zijn onderworpen. Het gerechtsdeurwaarderskantoor [     ]  kan daarom niet worden aangemerkt als beklaagde. In het verweerschrift heeft gerechtsdeurwaarder [     ] zich opgeworpen als beklaagde. Hij wordt als zodanig aangemerkt. Hiermee is in de aanhef van deze beschikking al rekening is gehouden.

  

4.4 Ter beoordeling staat op de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van artikel 34, eerste lid van de Gerechtsdeurwaarderswet oplevert.

 

4.5 Met de gerechtsdeurwaarder is de Kamer van oordeel dat in beginsel toepassing van meerdere executiemaatregelen naast elkaar geoorloofd is.

 

4.6 In de zeer speciale omstandigheden van dit geval, waar het gaat om een 86-jarige, zeer slechthorende, alleenstaande man, waarvan bekend was bij de gerechtsdeurwaarder dat zijn enige inkomsten bestaan uit een AOW-pensioen, had het op de weg van de gerechtsdeurwaarder gelegen om de opdrachtgever te adviseren van het leggen van beslag roerende zaken af te zien. Dit is echter gesteld noch gebleken.

 

4.7 Vorenstaande betekent dat de gerechtsdeurwaarder door zijn opdrachtgever hier niet op te wijzen tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld. Dat de vordering aanzienlijk is en algehele afdoening nog geruime tijd zal vergen, zoals aangevoerd door de gerechtsdeurwaarder, maakt dat niet anders.

 

4.8 Ook het klachtonderdeel dat niet adequaat is gereageerd op de verzoeken van klagers gemachtigde tot aanpassing van de beslagvrije voet is terecht voorgesteld. In de diverse door de gerechtsdeurwaarder gezonden brieven is niet inzichtelijk gemaakt op basis waarvan de gerechtsdeurwaarder de beslagvrije voet heeft vastgesteld. Voorts is niet direct aan de uitkeringsinstantie een wijziging van de beslagvrije voet doorgegeven.

 

4.9 Verder is de Kamer van oordeel dat het een behoorlijk handelend gerechtsdeurwaarder niet past om, zoals de gerechtsdeurwaarder bij brief van 19 mei 2008 heeft gedaan, voor te stellen om het bedrag van € 220,26 dat teveel was ingehouden in mindering te doen komen op de openstaande schuld, zeker niet nu klagers beslagvrije voet zeer lang onjuist was vastgesteld en klager daardoor financiële problemen kreeg.

 

4.10 Gelet op vorenstaande is de Kamer van oordeel dat de klacht gegrond dient te worden verklaard. Voor het opleggen van een maatregel ziet de Kamer geen aanleiding.

 

5. Beslist wordt als volgt.

 

BESLISSING

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-                     verklaart de klacht gegrond;

-                     ziet af van het opleggen van een maatregel.

 

 Aldus gegeven door mr. C.M. Berkhout, voorzitter, en mr.G.H.I.J. Hage en N.J.M. Tijhuis (plaatsvervangend) leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juni 2009 in tegenwoordigheid van H.A.J. van der Lee, secretaris.

 

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Meer informatie

Acties

Meta gegevens