Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:RBAMS:2009:YB0250
Datum uitspraak:
06-05-2009
Datum publicatie:
10-07-2009
Zaaknummer(s):
2008.578verzet
Onderwerp:
Incassotraject
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:
Beslissing op verzet. De Kameris het niet met de voorzitter eens. Verzet en klacht gegrond. Inhoud Profitletter. Een in een geautomatiseerd proces vervaardigde brief behoeft niet te worden ondertekend.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

 

Beslissing van  6 mei 2009 zoals bedoeld in artikel 39, vierde lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer 578.2008 ingesteld door:

 

[     ] en [     ],

wonende te [     ],

klagers,                                          

 

tegen:

 

1. [     ],

(voorheen)gerechtsdeurwaarder te [     ],

2. [     ],

3. [     ], gerechtsdeurwaarders te [     ],

4. [     ],

gerechtsdeurwaarder te [     ],

beklaagden.

 

1. Verloop van de procedure

 

Bij beschikking van 25 november 2008 (zaaknummer 410.2008) heeft de voorzitter van de Kamer voor gerechtsdeurwaarders (hierna: de voorzitter) beslist op een door klagers tegen (het kantoor van) beklaagden ingediende klacht.

Bij brief van 26 november 2008 is klagers een afschrift van de beslissing van de voorzitter toegezonden.

Bij brief van 8 december 2008 hebben klagers verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.

Bij brief van 23 maart 2008 hebben klagers medegedeeld niet ter zitting te zullen verschijnen.

Het verzetschrift is behandeld ter openbare terechtzitting van 24 maart 2009 alwaar H. Peet namens de gerechtsdeurwaarders is verschenen.

Van de behandeling ter zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

De uitspraak is bepaald op 6 mei 2009.

 

2. De gronden van het verzet

 

Voor zover van belang verwijten klagers de gerechtsdeurwaarders op nader in het verzetschrift aangevoerde gronden dat de aan klagers verzonden brief op essentiële punten onjuist is, persoonsanoniem, niet rechtsgeldig is ondertekend en in strijd met de wet- en regelgeving, omdat vestigingsplaatsen zijn weggelaten. Door de inhoud van de brieven laten de gerechtsdeurwaarders misverstanden ontstaan in welke hoedanigheid zij optreden.

 

3. De ontvankelijkheid van het verzet

 

Klagers hebben verzet tegen voormelde beslissing van de voorzitter ingesteld binnen veertien dagen na de dag van verzending van een afschrift van voormelde beslissing van de voorzitter, zodat zij in het verzet kunnen worden ontvangen.

 

4. De inleidende klacht en het verweer van de gerechtsdeurwaarder

 

Klager verwijt de gerechtsdeurwaarders, kort samengevat dat deze hem met de bewuste brief nodeloos onder druk hebben gezet en dat de brief niet voldoet aan de tuchtrechtelijke norm.

 

5. De beslissing van de voorzitter

 

De voorzitter heeft op de klacht samengevat overwogen dat het verzenden van een dergelijke brief op zichzelf niet klachtwaardig is. De brief dient ter voorkoming van de feitelijke inschakeling van een gerechtsdeurwaarder waartoe een schuldeiser na het verzenden van twee aanmaningen kan overgaan. In die zin is een dergelijke brief een instrument waarbij, alvorens verder stappen worden ondernomen, de debiteur een laatste mogelijkheid wordt geboden alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen. De gerechtsdeurwaarder is echter wel verantwoordelijk voor de inhoud van een dergelijke brief. In dit geval is niet gebleken dat de inhoud van de brief niet voldoet aan de daartoe te stellen eisen.

 

6. De beoordeling van de gronden van het verzet

 

De Kamer kan zich niet met de beslissing van de voorzitter verenigen en deze dient daarom te worden vernietigd.

 

7. De beoordeling van de klacht

 

7.1 Alvorens tot beoordeling van de klacht over te gaan, wordt overwogen dat ingevolge het bepaalde in artikel 34, eerste lid van de Gerechtsdeurwaarderswet (hierna: Gdw) slechts gerechtsdeurwaarders (waarnemend gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders inbegrepen) aan tuchtrechtspraak zijn onderworpen. Het gerechtsdeurwaarderskantoor [     ] kan daarom niet worden aangemerkt als beklaagde. Nu de klacht niet herleid kan worden tot het handelen van een bepaalde aan het kantoor verbonden gerechtsdeurwaarder worden de aan het kantoor [     ] verbonden gerechtsdeurwaarders aangemerkt als beklaagden. Hoewel gerechtsdeurwaarder [     ] inmiddels per 1 maart 2009 is gedefungeerd, blijft hij op grond van het bepaald in artikel 34 lid 5 Gdw verantwoordelijk voor handelen dat heeft plaatsgevonden gedurende de periode dat hij als gerechtsdeurwaarder werkzaam was. Hiermee is in de aanhef van deze beschikking al rekening is gehouden.

 

 

 

7.2 Vaste rechtspraak van de Kamer is dat het gebruik van de door klagers gewraakte brief op zichzelf niet klachtwaardig is. De brief dient ter voorkoming van de feitelijke inschakeling van een gerechtsdeurwaarder waartoe een schuldeiser na het verzenden van twee aanmaningen kan overgaan. In die zin is een dergelijke brief een instrument waarbij, alvorens verder stappen worden ondernomen, de debiteur een laatste mogelijkheid wordt geboden alsnog zonder extra kosten aan zijn verplichtingen te voldoen. In zoverre acht de Kamer de beslissing van de voorzitter juist.

 

7.3 De gerechtsdeurwaarders zijn echter wel verantwoordelijk voor de inhoud van een dergelijke brief. Anders dan de voorzitter is de Kamer van oordeel dat de inhoud van de brief niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen.

 

7.4 Dat er een beeld wordt geschetst van wat er zal gebeuren indien een debiteur (hier klagers) niet tot betaling overgaat, acht de Kamer in zijn algemeenheid niet onzorgvuldig. Dat beeld dient dan wel overeen te komen met de feiten. Dat is op een aantal punten niet het geval. De gerechtsdeurwaarder heeft ter zitting namelijk medegedeeld dat zijn kantoor het dossier van klagers nog niet in behandeling heeft.

De Kamer acht het onjuist dat, terwijl daarvan geen sprake is, in de gebruikte tekst dan wordt vermeld dat het dossier in behandeling is genomen en dat het voornemen bestaat de dagvaarding op te stellen. Ook de in de brief voorkomende tekst “aanzegging dagvaarding”, valt niet te rijmen met de in de tekst van de brief voorkomende mededeling dat men voornemens is de dagvaarding op te stellen. In het licht van de laatste zinsnede is de tekst te stellig en dient achterwege te worden gelaten. De betreffende mededelingen zijn gedaan in strijd met de waarheid en schuldenaren worden daardoor onjuist voorgelicht en onder druk gezet. De gerechtsdeurwaarders dragen hiervoor de verantwoordelijkheid.

 

7.5 Een in een geautomatiseerd proces vervaardigde brief behoeft naar het oordeel van de Kamer niet te worden ondertekend. Vermelding onder aan de brief van [    ] gerechtsdeurwaarders is voldoende. Wellicht verdient het aanbeveling, zoals bij de Belastingdienst wel wordt gedaan, te vermelden dat de brief automatisch is vervaardigd en daarom niet is ondertekend. Tuchtrechtelijk laakbaar handelen is op dit onderdeel dan ook niet gebleken.

 

7.6 Hetzelfde geldt voor het achterwege laten van de vestigingsplaatsen. In de kantlijn van de brief staan de vestigingsplaatsen vermeld, alsook een telefoonnummer van de vestiging te [     ] in de aanhef van de brief.

 

7.7 Hetgeen door klagers in de gronden van het verzet verder naar voren is gebracht, kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als niet ter zake dienend buiten beschouwing blijven.

 

8. Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing. De Kamer ziet geen aanleiding tot het opleggen van een maatregel over te gaan.

 

BESLISSING:

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-       verklaart het verzet gegrond;

-       vernietigt de beslissing van de voorzitter;

-       verklaart de klacht gegrond op de onderdelen als in r.o. 7.4 overwogen;

-       laat het opleggen van een maatregel achterwege

 

Aldus gegeven door mr. A.W.J. Ros, plaatsvervangend-voorzitter, mr. H.M. Patijn en N.J.M. Tijhuis leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 mei 2009 in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Meer informatie

Acties

Meta gegevens