Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:RBAMS:2009:YB0233
Datum uitspraak:
21-04-2009
Datum publicatie:
10-07-2009
Zaaknummer(s):
2008.444
Onderwerp:
Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Een berisping
Inhoudsindicatie:
Beslag op roerende zaken zonder nwuwkeurige vermelding welke zaken in beslag waren genomen.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM1,4

 

Beslissing van 21 april 2009 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer 444.2008 ingesteld door:

 

KONINKLIJKE BEROEPSORGANISATIE van GERECHTSDEURWAARDERS,

gevestigd te ‘s-Gravenhage,

klaagster,

gemachtigde: mr. J.D. van Vlastuin, advocaat te Utrecht,

 

tegen:

 

1. [     ],

gerechtsdeurwaarder te [     ],

2. [     ],

toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder te [     ],

beklaagden.

 

 

Verloop van de procedure

 

Bij brief met bijlagen van 29 september 2008 heeft klaagster een klacht ingediend tegen beklaagden, hierna de gerechtdeurwaarders.

Bij brief van 27 oktober 2008 hebben de gerechtsdeurwaarders een verweerschrift ingediend.

De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 10 maart 2009. Namens klaagster is haar voorzitter verschenen, mr. J.M. Wisseborn, bijgestaan door de gemachtigde. De gerechtsdeurwaarders zijn eveneens verschenen.

Van de behandeling ter zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

De uitspraak is bepaald op 21 april 2009.

 

1. De feiten

 

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden.

 

a)     Bij exploot van 12 november 2007 heeft beklaagde sub 2 ten laste van een debiteur beslag gelegd op roerende zaken. Omdat niemand werd aangetroffen aan wie rechtsgeldig een afschrift kon worden gelaten is het afschrift gelaten in een gesloten envelop met daarop vermeldingen als wettelijk voorgeschreven.

 

b)     Voor zover van belang staat in het proces-verbaal het volgende vermeld·vervolgens heb ik, deurwaarder, uit krachte van voormelde titel aangezegd dadelijk te zullen overgaan tot de executoriale inbeslagneming van alle roerende zaken zich bevindende ter plaatse voormeld, gelijk dan door mij, deurwaarder, in executoriaal beslag zijn genomen de navolgende roerende zaken (…..) 1x –lamellen / luxaflex / overgordijnen / rolgordijnen / vitrage en alle overige roerende zaken van geëxecuteerde welk zich hierachter bevinden en die – indien nodig- met behulp van een slotenmaker en politie alsnog zullen worden geïnventariseerd

 

c)     In het exploot is tevens aangezegd dat de openbare verkoop van de inbeslaggenomen zaken zal plaatsvinden op woensdag 12 december 2007.

 

d)     Op 21 januari 2008 zijn aanplakbiljetten aangeplakt waarin een openbare verkoop datum staat vermeld van 20 februari 2008.

 

2. De klacht

 

2.1 Klaagster verwijt de gerechtsdeurwaarder sub 1 te hebben gehandeld in strijd met de wettelijke bepalingen omtrent het beslagrecht. In de literatuur staat vast dat de gerechtsdeurwaarder alleen beslag kan leggen op roerende zaken die hij daadwerkelijk heeft gezien. Ook schrijft art. 443 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voor dat de in beslaggenomen zaken nauwkeurig gespecificeerd en beschreven dienen te worden. Het handelen als hiervoor in overweging 1 onder b is weergegeven, is in strijd met het bepaalde in artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet en artikel 1 van de Verordening beroeps- en gedragsregels gerechtsdeurwaarders. Dat handelen is ook in strijd met artikel 8 van de Verordening. Het is immers ook verboden druk uit te oefenen door het aankondigen van maatregelen welke uit hoofde van de wet niet daadwerkelijk kunnen worden genomen. Daarnaast zijn onnodige kosten gemaakt wat in strijd is met artikel 10 van de Verordening.

 

2.2 De gewraakte handelingen zijn verricht door gerechtsdeurwaarder sub 2 die is verbonden aan gerechtsdeurwaarder sub 1. Omdat gerechtsdeurwaarder sub 2 handelt namens en onder verantwoordelijkheid van gerechtsdeurwaarder sub 1 (art 28 van de Gerechtsdeurwaarderswet) is de klacht tegen beiden gericht. Kennelijk is er ook sprake van opzettelijk en structureel handelen. In het proces-verbaal is al rekening gehouden met de mogelijkheid dat niemand werd aangetroffen en de in beslag te nemen zaken zijn al vooraf door middel van een voorgedrukte tekst in het proces-verbaal opgenomen.

 

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarders

 

3.1 De gerechtsdeurwaarders hebben, verkort samengevat, erkend dat het betreffende exploot is betekend door gerechtsdeurwaarder sub 2 en dat daarbij is verzuimd de zaken, welke ter plekke in beslag zijn genomen, te specificeren. De gerechtsdeurwaarders hebben uitdrukkelijk betwist dat het hier een standaardwerkwijze van hun kantoor betreft. Ook de kosten van de beslaglegging zijn niet ten laste van de debiteur gebracht. Nadat het exploot was betekend en de omissie werd ontdekt, is meteen instructie gegeven om de vermelding in het vervolg achterwege te laten. De exploten worden geautomatiseerd aangemaakt. Het format is onmiddellijk na ontdekking gewijzigd en wordt sindsdien niet meer in die vorm gebruikt.

 

De gerechtsdeurwaarders bestrijden te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van de Verordening beroeps- en gedragsregels gerechtsdeurwaarders. Er was een vonnis dat was betekend en er was niet betaald. Er kon dus beslag worden gelegd overeenkomstig de wettelijke bepalingen. Alleen voldeed het stuk niet aan die bepalingen, welke omissie is hersteld.

 

3.2 De gerechtsdeurwaarders willen graag antwoord op de vraag op welke wijze dit stuk in handen van klaagster is gekomen, temeer daar niet de betreffende debiteur de klacht aanhangig heeft gemaakt. Indien de debiteur zou hebben geklaagd dan zouden de gerechtsdeurwaarders een en ander hebben uitgelegd en vermeld dat de kosten zouden worden gecrediteerd. Klaagster had ook eerst hoor en wederhoor toe moeten passen. In plaats daarvan is rauwelijks geklaagd.

 

4. Beoordeling van de klacht.

 

4.1 Het stond klaagster als beroepsorganisatie vrij om de klacht in te dienen. Dat er geen hoor en wederhoor is toegepast doet daar in dit geval niets aan af. Niet relevant is op welke wijze klaagster in het bezit van het betreffende proces-verbaal is gekomen.

 

4.2. Ingevolge artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders en (toegevoegd) kandidaat-gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk gerechtsdeurwaarder betaamt. Ter beoordeling staat of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarders een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.

 

4.3 Daarvan is hier sprake. De gerechtsdeurwaarders hebben erkend dat op 12 november 2007 door gerechtsdeurwaarder sub 2 beslag roerende zaken is gelegd zonder dat deze zaken zijn gespecificeerd, terwijl evenmin vast staat dat deze zaken alle zijn aangetroffen. Daardoor is doelbewust gehandeld in strijd met de wettelijke bepalingen.  

 

4.4 De gerechtsdeurwaarders hebben ter zitting erkend dat in ieder geval tot in het recente verleden meerdere malen op deze wijze beslag roerende zaken is gelegd, en dat gebruik is gemaakt van een exploot waarop een aantal zaken van te voren zijn afgedrukt. Bij debiteuren die geen verhaal boden en die bij herhaling niet werden aangetroffen vond deze werkwijze toepassing, aldus de gerechtsdeurwaarder.

 

4.5 De Kamer acht de klacht gegrond. Omdat er sprake is geweest van een structureel onjuiste gang van zaken op het kantoor waarvoor gerechtsdeurwaarder sub 1 verantwoordelijk is, is de klacht ook jegens hem gegrond.

 

4.6 Het voorschrift van artikel 443, eerste lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dat de deurwaarder nauwkeurig in het proces-verbaal beschrijft welke zaken hij in beslag neemt wordt gesteld omdat de geëxecuteerde er belang bij heeft te weten welke zaken er onder het beslag vallen. Wanneer met een voorgedrukte tekst in algemene bewoordingen wordt gewerkt wordt afbreuk gedaan aan die nauwkeurige omschrijving. Dit klemt te meer nu die beschrijving vast wordt gelegd in de vorm van een proces-verbaal. Gelet op de ernst van de verweten gedraging ziet de Kamer aanleiding na te noemen maatregel op te leggen.

 

4.7 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

 

BESLISSING

 

De Kamer voor gerechtsdeurwaarders:

 

-                    verklaart de klacht gegrond;

-                    legt aan de gerechtsdeurwaarders de maatregel van berisping op.

 

 

Aldus gegeven door mr. C.M. Berkhout, voorzitter, mr. H.M. Patijn en mr. A.C.J.J.M. Seuren (plaatsvervangend) leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 april 2009 in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

 

 

 

 

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Meer informatie

Acties

Meta gegevens