Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:RBAMS:2009:YB0205
Datum uitspraak:
24-03-2009
Datum publicatie:
20-04-2009
Zaaknummer(s):
2008.383
Onderwerp:
Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:
De gerechtsdeurwaarders hebben beslag gelegd op onroerende zaken. Machtsmisbruik volgens klager die tevens een bejegeningsklacht heeft ingediend. Ten aanzien van het leggen van de beslagen hebben de gerechtsdeurwaarders een ministerieplicht aldus de Kamer. De bejegeninsgklacht wordt weersproken en ten aanzien van die klacht kan dus niets worden vastgesteld. Klacht ongegrond.

KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM

 

Beslissing van 24 maart 2009 zoals bedoeld in artikel 43, van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer 383.2008 ingesteld door:

 

[     ],

wonende te [     ],

klager,

 

tegen:

 

[     ] en [     ]

gerechtsdeurwaarders te [     ],

beklaagden,

gemachtigde [     ].

 

 

Verloop van de procedure

Bij brief met bijlagen van 28 augustus 2008 heeft klager een klacht ingediend tegen (het kantoor van) beklaagden, hierna de gerechtdeurwaarders. Bij brief van 10 oktober 2008, binnengekomen op 16 oktober 2008 heeft klager de klacht aangevuld.

 

Bij aangehechte brief met bijlagen van 26 september 2008 hebben de gerechtsdeurwaarders op de klacht gereageerd en het verweer aangevuld bij brief van 30 oktober 2008.

 

De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van 10 februari 2009. Hiervan is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt. De uitspraak is bepaald op 24 maart 2009.

 

1. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden.

a)     De gerechtsdeurwaarders hebben op 16 juli 2008 in opdracht van het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO)  een grosse van een alimentatiebeschikking van 8 mei 2000 betekend aan klager.

b)     Het LBIO heeft daarnaast beslag gelegd onder de werkgever van klager.

c)     De gerechtsdeurwaarders hebben op 22 juli 2008 beslag gelegd op twee woningen van klager. Eén in [     ] die klager in de verkoop had - en die ook is verkocht - en de huidige woning van klager in [     ].

d)     De gerechtsdeurwaarders hebben de notaris, die de levering van de verkochte woning zou verzorgen, meegedeeld dat de gelden uit de overwaarde van de woning in [     ] uiterlijk op maandag 6 oktober 2008 op de rekening van de gerechtsdeurwaarders aanwezig moesten zijn.

e)     Op 1 oktober 2008 heeft de overdracht bij de notaris plaatsgevonden van de woning in [     ] aan de nieuwe eigenaar.

f)       Omdat de akkoordverklaring van klager aan zijn notaris tot overmaking van de gelden aan de gerechtsdeurwaarders vanwege een vertraging in de post niet op maandag 6 oktober 2008 in het bezit van de notaris was, kon deze de gelden niet die dag overmaken. Klager heeft de verklaring diezelfde avond bij de notaris ondertekend.

g)     De notaris heeft maandag 6 oktober 2008 tweemaal telefonisch overleg gevoerd met de gerechtsdeurwaarders en de situatie uitgelegd.

h)     Dinsdagmorgen 7 oktober 2008 om 08.15 uur heeft de notaris de gelden overgemaakt aan de gerechtsdeurwaarders. Dit is via een fax aan de gerechtsdeurwaarders gemeld. Daarbij is vermeld dat overbetekening van het beslag daarom niet meer nodig was.

i)       Op dinsdagmiddag 7 oktober 2008 is het beslag overbetekend aan klagers aan hun nieuwe adres te [     ].

 

 

2. De klacht

Klager verwijt de gerechtsdeurwaarders – samengevat - dat zijn medewerksters zich in telefonische contacten onwelwillend en onbehoorlijk hebben opgesteld en misbruik hebben gemaakt van de (machts)positie van de gerechtsdeurwaarders. Klager heeft deze stelling onderbouwd met een verklaring van de kandidaat-notaris mr. [      ] van 8 oktober 2008.

 

 

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

De gerechtsdeurwaarders stellen zich op het standpunt – samengevat - dat het beslag onder de werkgever door het LBIO is gelegd en dat zij daar derhalve geen verantwoordelijkheid voor dragen. Volgens de gerechtsdeurwaarders heeft hun medewerkster mevrouw [     ], zich steeds correct opgesteld en is er ook overigens geen sprake van klachtwaardig handelen door een medewerkster van hun kantoor. De gerechtsdeurwaarders hebben slechts uitvoering gegeven aan hun ministerieplicht en niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld. De overbetekening op 7 oktober 2008 was nodig gelet op de wettelijke termijn van acht dagen. Het verschuldigde bedrag was op 7 oktober 2008 voor 08.00 uur nog niet gestort op de rekening. In de middag stond het geld wel op de rekening, maar de overbetekening was toen al gedaan. De daarvoor in rekening gebrachte kosten zijn echter in verband met de omstandigheden aan klager terugbetaald.

 

4. Beoordeling van de klacht.

4.1. Op grond van artikel 34, eerste lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn slechts gerechtsdeurwaarders (waarnemend gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders inbegrepen) aan tuchtrechtspraak onderworpen. Het gerechtsdeurwaarderskantoor kan daarom niet worden aangemerkt als beklaagde. De verweer voerende gerechtsdeurwaarders worden daarom aangemerkt als beklaagde. Hiermee is in de aanhef van de beschikking al rekening gehouden.

 

4.2. Op grond van artikel 34, eerste lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet is de gerechtsdeurwaarder aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk gerechtsdeurwaarder niet betaamt. Dit betekent dat ter beoordeling staat of de handelswijze van de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet oplevert.

4.3. De wetgever heeft aan gerechtsdeurwaarders een monopoliepositie verleend. Daarom is een gerechtsdeurwaarder wettelijk verplicht om uitvoering te geven aan een opdracht tot het uitvoeren van een ambtshandeling zoals hier het betekenen van een beschikking en het leggen van beslag. Dit is de - op grond van het bepaalde in artikel 11 van de Gerechtsdeurwaarderswet -  zogenoemde “ministerieplicht”. Het gevolg hiervan is dat de gerechtsdeurwaarders zich dienen te houden aan de door een opdrachtgever verstrekte opdrachten.

 

4.4. Doordat de gerechtsdeurwaarders slechts hebben voldaan aan hun ministerieplicht, kan niet gezegd worden dat de gerechtsdeurwaarders tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld hebben door het betekenen van de alimentatiebeschikking of het leggen van de beslagen op de woningen van klager en zijn huidige echtgenote.

 

4.5. Hoewel het, zeker gelet op de door de notaris aan de (medewerkers van) de gerechtsdeurwaarders gedane mededelingen, beter ware geweest dat de overbetekening van het beslag onder de notaris achterwege was gebleven kan, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen en gelet op het feit dat de gerechtsdeurwaarder aan een termijn is gebonden, ook niet gezegd worden dat de overbetekening klachtwaardig was.Hierbij is mede in aanmerking genomen dat de kosten van die overbetekening uiteindelijk niet betaald behoefden te worden door klager.

 

4.6. Nu tegenover de door klager en de notaris gestelde onheuse bejegening door de medewerkers van de gerechtsdeurwaarders, de betwisting door de gerechtsdeurwaarders staat, valt niet te zeggen wie hier het gelijk aan zijn zijde heeft zodat niet vastgesteld kan worden dat hier klachtwaardig is gehandeld.

 

5. Vorenstaande leidt tot de volgende beslissing.

 

BESLISSING

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-                    verklaart de klacht ongegrond.

 

 

Aldus gegeven door mr. C.M. Berkhout, voorzitter, en mr. A.C.A. Wildenburg en J.P.J.J. Timmermans (plaatsvervangend) leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 maart 2009 in tegenwoordigheid van H.A.J. van der Lee, secretaris.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

 

 

 

Meer informatie

Acties

Meta gegevens