Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:RBAMS:2008:YB0103
Datum uitspraak:
22-01-2008
Datum publicatie:
17-02-2009
Zaaknummer(s):
2007.497verzet
Onderwerp:
Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Een berisping
Inhoudsindicatie:
De beslagvrije voet heeft kort gezegd tot doel te voorkomen dat de schuldenaar wegens een beslag op al zijn inkomen een beroep op een bijstandsuitkering moet doen. De beslaglegger dient onverwijl rekening te houden met wijziging in omstandigheden (art. 475 d lid 7 Rv). Uit een onderzoeksrapportblijkt dat klager geen andere inkomsten had dan het AOW-pensioen van klagers echtgenote. Het had op de weg van de gerechtsdeurwaarder gelegen actiever op te treden naar aanleiding van de door klager verzonden brieven. In elk geval had het op zijn weg gelegen om direct na het bekend worden van de resultaten van het onderzoeksrapport contact op te nemen met zijn opdrachtgever. Op grond van de resultaten van het onderzoeksrapport had de beslagvrije voet onverwijld moeten worden aangepast. Het gaat er niet om wat klager had kunnen doen, maar wat de gerechtsdeurwaarder had moeten doen.

Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam

 

Beslissing van 22 januari 2008 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake het verzet in de zaak met nummer 497.2007 ingesteld door:

 

[     ],

wonende te [     ],

klager,

 

tegen:

 

[     ],

gerechtsdeurwaarder te [     ],

beklaagde.

 

1. Verloop van de procedure

 

Bij beschikking van 21 augustus 2007 (zaaknummer 58.2007) heeft de voorzitter van de kamer voor gerechtsdeurwaarders (hierna: de voorzitter) beslist op een door klager tegen beklaagde ingediende klacht.

Bij brief van 3 september 2007 is klager een afschrift van de beslissing van de voorzitter toegezonden.

Bij brief van 14 september 2007, ingekomen op 14 september 2007, heeft klager tegen de beslissing van de voorzitter verzet ingesteld.

Het verzetschrift is behandeld ter openbare terechtzitting van 4 december 2007 alwaar

klager en de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen.

Van de behandeling ter zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

De uitspraak is bepaald op 22 januari 2008.

 

2. De gronden van het verzet

 

2.1 Inverzet heeft klager samengevat aangevoerd dat door de gerechtsdeurwaarder op 6 augustus 2004 en 15 september 2005 ten laste van klager beslag is gelegd onder de Sociale Verzekeringsbank. Klager heeft beide keren bezwaar gemaakt tegen de hoogte van de beslagvrije voet, omdat het gezinsinkomen slechts een AOW uitkering betreft. De beslagvrije voet was gehalveerd en dat heeft ruim anderhalf jaar verstrekkende gevolgen gehad op het toch al minimaal gezinsinkomen. Dat het aan klager was, om naar aanleiding van zijn bezwaren tegen de toegepaste beslagvrije voet, de gerechtsdeurwaarder nader te informeren, lijkt geen correcte weergave daar uit de correspondentie blijkt dat de gerechtdeurwaarder diverse malen schriftelijk door klager is geïnformeerd.

 

2.2 Het was zowel aan de gerechtsdeurwaarder als aan de opdrachtgever bekend dat klager in het bedrijfsleven werkzaam was geweest. Ook was bekend dat klager vanaf 2002 geen bedrijfsactiviteiten meer uitvoerde en er dus geen sprake kon zijn van neveninkomsten. Klager heeft er bezwaar tegen dat de gerechtdeurwaarder pas bij brief aan de Kamer op 12 juni en 7 augustus 2007 op de klacht heeft gereageerd. Ook hieruit blijkt van een gebrekkige communicatie van de zijde gerechtsdeurwaarder.

 

2.3 Over het de uitkomst van het ingestelde onderzoek is klager niet geïnformeerd. Klager bestrijdt dat er na oktober 2005 geen contacten geweest zijn met het gerechtsdeurwaarders-kantoor en los daarvan kan dit geen excuus vormen om als gerechtsdeurwaarder zich te houden aan de wettelijke normen t.a.v. de toepassing beslagvrije voet. Klager is van mening dat op grond van de inhoud van zijn verzetschrift redelijkerwijs geen twijfel mogelijk is dat zijn klacht gegrond is.

 

3. De ontvankelijkheid van het verzet

 

Klager heeft het verzet tegen voormelde beslissing van de voorzitter ingesteld binnen veertien dagen na de dag van verzending van een afschrift van voormelde beslissing van de

voorzitter, zodat hij in zijn verzet kan worden ontvangen.

 

4. De inleidende klacht

 

In zijn inleidende klacht verwijt klager de gerechtsdeurwaarder, kort samengevat, dat deze de beslagvrije voet niet juist heeft toegepast en dat gerechtsdeurwaarder hoewel hier telefonisch als schriftelijk op gewezen, stelselmatig weigert de beslagvrije voet aan te passen. Als gevolg hiervan is klager financieel benadeeld.

 

5. De beslissing van de voorzitter

 

5.1 De voorzitter heeft op de inleidende klacht overwogen dat bij het leggen van een dergelijk beslag de gerechtsdeurwaarder die het beslag heeft gelegd verplicht is aan de schuldenaar op te geven hoeveel zijn beslagvrije voet bedraagt (art. 475g lid 1e). Er rust op de gerechtsdeurwaarder op grond van de wet geen verplichting om zelfstandig tot aanpassing van de beslagvrije voet over te gaan, omdat het volgens de wet de beslaglegger, hier de tegenpartij van klager en haar advocaat, is die met wijzigingen in de omstandigheden die de beslagvrije voet verhogen onverwijld rekening moet houden. In de praktijk gaat een gerechtsdeurwaarder ook tot aanpassing over, indien hij op de hoogte wordt gesteld door de beslagene zelf van feiten en/of omstandigheden die tot aanpassing aanleiding geven. Het standpunt van de gerechtsdeurwaarder dat eerst nader onderzoek nodig was naar het inkomen van klager, is niet tuchtrechtelijk laakbaar. Dit onderzoek heeft lang geduurd. Het had op de weg van klager

gelegen om naar aanleiding van zijn bezwaren tegen de toegepaste beslagvrije voet nader bij de gerechtsdeurwaarder te informeren. Hij heeft echter vanaf oktober 2005 tot 23 januari 2007 niets van zich laten horen. Klager had zich kunnen wenden tot de gewone rechter (en kan dat alsnog doen), om de hoogte van de beslagvrije voet te laten vaststellen. Ook dit heeft hij kennelijk niet gedaan.

 

5.2 De voorzitter heeft voorts overwogen dat er inmiddels een gesprek heeft plaatsgevonden tussen partijen. De gerechtsdeurwaarder heeft zijn excuses aangeboden en heeft toegezegd te veel ingehouden bedragen te restitueren. Wellicht is de communicatie tussen partijen gebrekkig geweest, zoals de gerechtsdeurwaarder heeft aangevoerd, maar niet is gebleken dat dit is te wijten aan grote onzorgvuldigheden of handelen tegen beter weten in.

 

6. De beoordeling van de gronden van het verzet.

 

Naar het oordeel van de Kamer kan de beslissing van de voorzitter niet in stand blijven en dient deze te worden vernietigd.

 

7. De beoordeling van de klacht

 

7.1 Op grond van het bepaalde in artikel 475 c van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv) is een beslagvrije voet verbonden aan vorderingen tot periodieke betaling van de in dit artikel opgesomde uitkeringen. De toekenning van de beslagvrije voet heeft kort gezegd tot doel te voorkomen dat de schuldenaar wegens een beslag op al zijn inkomen een beroep op een bijstandsuitkering moet doen. Op grond van het bepaalde in artikel 475 d lid 7 Rv dient de beslaglegger met wijzigingen van omstandigheden onverwijld rekening te houden.

 

7.2 Door de gerechtsdeurwaarder is op 6 augustus 2004 ten laste van klager beslag gelegd waarbij de beslagvrije voet op grond van het bepaalde in artikel 475 g lid 2 Rv is gehalveerd. Bij brieven van 13 december 2004 en 7 januari 2005 heeft klager de gerechtsdeurwaarder op de hoogte gesteld van zijn bronnen van inkomsten. Uit niets blijkt dat de gerechtsdeurwaarder op deze brieven heeft gereageerd, anders dan een verzoek aan zijn opdrachtgever een beslissing te nemen of nader onderzoek naar het inkomen van klager behoorde plaats te nemen. Op 15 september 2005 heeft de gerechtsdeurwaarder opnieuw beslag gelegd ten laste van klager. Bij brief van 6 oktober 2005 heeft klager de gerechtsdeurwaarder opnieuw op de hoogte gesteld van zijn bronnen van inkomsten. Vervolgens is nader onderzoek gedaan naar de bronnen van inkomsten van klager. Het onderzoeksrapport is op 2 februari 2006 opgemaakt.

 

7.3. Uit het door de gerechtsdeurwaarder overgelegde onderzoeksrapport blijkt dat klager geen andere inkomsten had dan het AOW-pensioen van klagers echtgenote. Naar het oordeel van de Kamer had het op de weg van de gerechtsdeurwaarder gelegen actiever op te treden naar aanleiding van de door klager verzonden brieven. In elk geval had het op zijn weg gelegen om direct na het bekend worden van de resultaten van het onderzoeksrapport contact op te nemen met zijn opdrachtgever. Op grond van de resultaten van het onderzoeksrapport had de beslagvrije voet onverwijld moeten worden aangepast. Het gaat er niet om wat klager had kunnen doen, maar wat de gerechtsdeurwaarder had moeten doen. Naar het oordeel van de Kamer heeft de gerechtsdeurwaarder niet gehandeld als een goed gerechtsdeurwaarder betaamt en de klacht is dan ook terecht voorgesteld.

 

8. De beslissing van de voorzitter dient te worden vernietigd en de klacht gegrond te worden verklaard. Naar het oordeel van de Kamer zijn er termen aanwezig tot het opleggen van na te melden maatregel over te gaan. De Kamer neemt daarbij in aanmerking dat klager geruime tijd in de financiële problemen heeft gezeten door de toepassing van een onjuiste beslagvrije voet.

 

9. Wat partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan als in het voorgaande al behandeld dan wel als thans niet ter zake dienend buiten beschouwing blijven.

 

10. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

 

BESLISSING:

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-        verklaart het verzet gegrond;

-        vernietigt de beslissing van de voorzitter;

-        verklaart de klacht gegrond;

-        legt aan de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op.

 

Aldus gegeven door mr. M.M. Beins, plaatsvervangend-voorzitter, mr. N.C.H. Blankevoort en J. Smit, (plaatsvervangend-) leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 januari 2008 in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

Coll.:

 

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Meer informatie

Acties

Meta gegevens