Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:RBAMS:2008:YB0069
Datum uitspraak:
27-05-2008
Datum publicatie:
27-01-2009
Zaaknummer(s):
2007.531
Onderwerp:
Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:
Voorbarige betekening vonnis, genomen executiemaatregelen onnodig.Beslag op een onroerende zaak voor een bedrag ad € 133,97 buitenproportioneel. Gelet op de met een dergelijk beslag gemoeide kosten kan daarvan in zijn algemeenheid worden gezegd dat dit eerst aan de orde is indien er geen andere mogelijkheid is tot executie over te gaan. Bovendien moet dat expliciet en onder opgave van kosten duidelijk worden gemaakt aan de debiteur.

Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam

 

Beschikking van 27 mei 2008 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met het nummer 531.2007 ingesteld door:

 

[     ],

wonende te [     ],

klager,

 

tegen:

 

[     ],

gerechtsdeurwaarder te [     ],

beklaagde,

gemachtigde [     ].

 

Verloop van de procedure

 

Bij brief met bijlagen van 15 oktober 2007 heeft klager een klacht ingediend tegen (een medewerker van) beklaagde, hierna de gerechtdeurwaarder.

Bij brief van 26 oktober 2007 heeft de gerechtsdeurwaarder een verweerschrift ingediend.

De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 15 april 2008 alwaar klager en de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen.

Van de behandeling ter terechtzitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

De uitspraak is bepaald op 27 mei 2008.

 

1. De feiten

 

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden.

 

a)      Bij vonnis van 1 augustus 2007 is klager door de kantonrechter te [     ] veroordeeld tot betaling van een geldsom.

 

b)     Bij exploot van 17 augustus 2007 heeft gerechtsdeurwaarder [     ] voormeld vonnis aan klager betekend met bevel tot betaling-

 

c)     Klager heeft op 21 augustus 2007 het verschuldigde betaald met uitzondering van de kosten van het exploot ad € 81,16.

 

d)     De gerechtsdeurwaarder heeft na een tweetal aanmaningen de executie voortgezet en heeft op 20 september 2007 ten laste van klager beslag op zijn woning gelegd.

 

2. De klacht

 

Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder dat nadat hij aan het vonnis had voldaan, hij nimmer is geïnformeerd waarom hij boven de proceskosten waarin hij was veroordeeld ook nog eens de executiekosten moest voldoen. Hij heeft hierover meermalen contact opgenomen met een medewerker van de gerechtsdeurwaarder, maar er kwam geen uitleg. Volgens klager heeft de gerechtsdeurwaarder een agressieve werkwijze jegens hem gehanteerd. De gerechtsdeurwaarder heeft onder meer door een buitenproportioneel beslag op zijn woning nodeloos kosten veroorzaakt, terwijl de hoofdsom slechts € 95,55 bedroeg.

 

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

 

De gerechtsdeurwaarder heeft samengevat aangevoerd dat klager na vonnis ten onrechte niet in der minne tot betaling is aangeschreven. Na de betekening van het vonnis is klager door een medewerker onjuist geïnformeerd over de kosten. Het vonnis is voorbarig betekend en de vervolgens genomen executiemaatregelen onnodig. Dat spijt de gerechtsdeurwaarder zeer en hij heeft klager zijn excuses aangeboden. De genomen executiemaatregelen zijn terstond ongedaan gemaakt en klager is geen kosten verschuldigd.

 

4. Beoordeling van de klacht.

 

4.1 Alvorens tot beoordeling van de klacht over te gaan, wordt overwogen dat op grond van het bepaalde in artikel 34, eerste lid van de Gerechtsdeurwaarderswet slechts gerechts-deurwaarders aan tuchtrechtspraak zijn onderworpen terzake van handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk (kandidaat-) gerechtsdeurwaarder betaamt. Het gerechtsdeurwaarderskantoor [     ] kan daarom niet worden aangemerkt als beklaagde. De klacht is gericht op het handelen van een medewerker van het kantoor, niet zijnde een gerechtsdeurwaarder. Voor dat handelen is de gerechtsdeurwaarder verantwoordelijk mits dat handelen hem kan worden toegerekend hetgeen hier het geval is. De aan het kantoor te Utrecht verbonden gerechtsdeurwaarder [     ] wordt aangemerkt als beklaagde. Hij heeft ook de ambtshandelingen in het dossier van klager verricht. Hiermee is in de aanhef van deze beschikking al rekening gehouden.

 

4.2 De gerechtsdeurwaarder heeft de klachten erkend. Nog los daarvan merkt de Kamer op of een beslag op een onroerende zaak voor een bedrag ad € 133,97 proportioneel is te achten. Gelet op de met een dergelijk beslag gemoeide kosten kan daarvan in zijn algemeenheid worden gezegd dat dit eerst aan de orde is indien er geen andere mogelijkheid is tot executie over te gaan. Bovendien moet dat expliciet en onder opgave van kosten duidelijk worden gemaakt aan de debiteur.

 

5. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt. Hoewel de klacht gegrond is, ziet de Kamer geen aanleiding om een maatregel op te leggen. De Kamer heeft daarbij in aanmerking genomen dat de gerechtsdeurwaarder zijn excuses heeft gemaakt en alle gemaakte kosten heeft teruggedraaid ook de door de bank in rekening gebrachte kosten van het ten laste van klager gelegde bankbeslag.

 

BESLISSING:

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-          verklaart de klacht gegrond;

-          laat het opleggen van een maatregel achterwege.

 

Aldus gegeven door mr. M.M. Beins, plaatsvervangend-voorzitter en mr. H.C. Hoogeveen en M.J-M.L. Baudoin (plaatsvervangend) leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 mei 2008 in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Meer informatie

Acties

Meta gegevens