Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:RBAMS:2007:YB0276
Datum uitspraak:
19-06-2007
Datum publicatie:
17-07-2009
Zaaknummer(s):
2006.515
Onderwerp:
Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Een berisping
Inhoudsindicatie:
Na zich de toegang tot de woning te hebben verschaft heeft de gerechtsdeurwaarder de sleutel achtergelaten bij een derde.De Kamer overweegt dat er geen regels bestaan op welke wijze moet worden gehandeld met de sleutel van het na het binnentreden van een  woning vervangen slot en op welk wijze de sleutel in handen van de debiteur moet worden gesteld. Het voorgaande betekent echter niet dat de sleutel kan worden achtergelaten bij een derde. Door de gerechtsdeurwaarder dient immers rekening te worden gehouden met  persoonlijke levensfeer van de debiteur. Hieraan kan slechts uitvoering worden gegeven door de sleutel achter te laten bij de politie, of, als dat niet mogelijk blijkt te zijn, door de sleutel mee te nemen naar het kantoor van de gerechtsdeurwaarder. Klacht gegrond. Maatregel opgelegd.

Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam

 

Beschikking van 19 juni 2007 als bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet in de zaak met nummer 515.2006 van:

 

[     ],

wonende te [     ],

klager,

gemachtigde mr. [     ],

 

tegen:

 

[      ],

kandidaat-gerechtsdeurwaarder te [     ],

beklaagde.

 

Verloop van de procedure

 

Bij brief met bijlagen van 7 november 2006 heeft klager een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna de gerechtdeurwaarder.

Bij brief van 27 november 2006 heeft de gerechtsdeurwaarder een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 7 mei 2007 heeft de gemachtigde van klager medegedeeld dat namens klager niemand ter zitting zal verschijnen.

De klacht is behandeld ter zitting van 8 mei 2007 alwaar de gerechtsdeurwaarder is verschenen.

Van de behandeling ter zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

De uitspraak is bepaald op 19 juni 2007.



1. De feiten

 

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

 

a)      De gerechtsdeurwaarder heeft zich op 4 oktober 2006 toegang tot de woning van klager verschaft voor het leggen van executoriaal beslag.

 

b)       Op de deur van klager is door de gerechtsdeurwaarder een bericht achtergelaten met de navolgende inhoud: “In bovenstaande zaak heb ik heden in aanwezigheid van een Inspecteur van Politie, alsmede een sleutelsmid mij de toegang tot uw woning verschaft en zag mij genoodzaakt uw slot te forceren en te vervangen. De sleutels van het nieuwe slot kunt u afhalen  bij buurvrouw op nr. 930.”

 

 

2. De klacht

 

Klager is van mening dat de sleutel nimmer verstrekt had mogen worden aan de buurvrouw, met wie hij geen enkele band heeft en met wie hij geen contact onderhoudt. De gerechtsdeurwaarder heeft daarmee bewust de kans aanvaard dat de buurvrouw de woning van klager zou betreden, dan wel de sleutel zou dupliceren, waardoor de privacy van klager is of zou worden aangetast. Dergelijk gedrag is onbehoorlijk en moet als klachtwaardig worden aangemerkt. Bovendien is de privacy bij voorbaat geschaad gezien de omstandigheid dat de buurvrouw nu ook op de hoogte is van de financiële problemen van klager.

 

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

 

De gerechtsdeurwaarder heeft samengevat aangevoerd dat hij voor het binnentreden bij de buurvrouw heeft geïnformeerd of daar wellicht een telefoonnummer van klager of een sleutel van zijn woning ter beschikking was. De gerechtsdeurwaarder heeft op dat moment alleen vermeld dat hij moest binnentreden, zonder de reden daarvan te vermelden. Hij had de indruk dat de buurvrouw wel eens contact had met klager, hoewel zij dat niet met zoveel woorden heeftgezegd. In de woning werd een beslapen bed aangetroffen. De gerechtsdeurwaarder had daarom de indruk dat klager nog diezelfde dag zou thuiskomen. Uit praktische overwegingen en om nodeloze kosten en hinder voor klager te voorkomen, heeft de gerechtsdeurwaarder daarom de sleutel bij de buurvrouw achtergelaten, zodat klager meteen weer in zijn woning zou kunnen. De gerechtsdeurwaarder heeft zich niet gerealiseerd dat de buurvrouw gebruik van de sleutel zou kunnen maken. Het verbaast de gerechtsdeurwaarder dat klager geen contact met hem hierover heeft opgenomen en klager heeft niet te kennen gegeven of hij aan zijn buurvrouw heeft gevraagd of zij de sleutel heeft gebruikt. Volgens de gerechtsdeurwaarder is het een feit van algemene bekendheid dat een gerechtsdeurwaarder een woning alleen binnentreedt als er schulden niet zijn betaald. Zijn mededeling op de deur is dus niet laakbaar. In een dergelijk geval is het nu eenmaal noodzakelijk om een bericht achter te laten.

 

4. Beoordeling van de klacht

 

4.1 Bij de beoordeling van de klacht dient naar het oordeel van de Kamer voorop te staan dat het binnentreden van een woning door een gerechtsdeurwaarder teneinde daar beslag te leggen, in ernstige mate ingrijpt in het grondrecht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de bewoner. Alleen al daarom zal de gerechtsdeurwaarder zich er onder meer zorgvuldig van dienen te overtuigen dat deze persoonlijke levensfeer niet nodeloos in gevaar wordt gebracht.

 

4.2  Er  bestaan geen regels op welke wijze moet worden gehandeld met de sleutel van het na het binnentreden van een  woning vervangen slot en op welk wijze de sleutel in handen van de debiteur moet worden gesteld. Het voorgaande betekent echter niet dat de sleutel kan worden achtergelaten bij een derde. Door de gerechtsdeurwaarder dient –zoals hiervoor overwogen -immers rekening te worden gehouden met  persoonlijke levensfeer van de debiteur. Hieraan kan slechts uitvoering worden gegeven door de sleutel achter te laten bij de politie, of, als dat niet mogelijk blijkt te zijn, door de sleutel mee te nemen naar het kantoor van de gerechtsdeurwaarder. De daaraan voor een debiteur klevende praktische bezwaren kunnen in zo'n geval niet aan de gerechtsdeurwaarder worden tegengeworpen.

 

5. De klacht is daarom terecht voorgesteld. De Kamer acht termen aanwezig tot het opleggen van na te melden maatregel over te gaan. De Kamer heeft daarbij meegewogen dat de gerechtsdeurwaarder ter zitting er geen blijk van heeft gegeven het laakbare van zijn handelen in te zien. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

 

BESLISSING

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-        verklaart de klacht gegrond;

-        legt aan de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op.

 

Aldus gegeven door mr. S.G. Ellerbroek, voorzitter, mr. M.M. Beins en J. Smit, (plaatsvervangend) leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 juni 2007 in tegenwoordigheid van de secretaris.

Coll.:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Meer informatie

Acties

Meta gegevens