Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:RBAMS:2007:YB0207
Datum uitspraak:
22-05-2007
Datum publicatie:
31-03-2009
Zaaknummer(s):
2007.106verzet
Onderwerp:
Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Een berisping
Inhoudsindicatie:
Voorbarig gelegd beslag. Verzet gegrond, beslissing voorzitter vernietigd.

Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam

 

Beschikking van 22 mei 2007 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake het verzet in de zaak met nummer 106.2007 ingesteld door:

 

[     ],

wonende te [     ],

klaagster,

 

tegen:

 

[     ],

gerechtsdeurwaarder te [     ],

beklaagde.

 

1. Verloop van de procedure

 

Bij beschikking van 30 januari 2006 (zaaknummer 521.2006) heeft de voorzitter van de kamer voor gerechtsdeurwaarders (hierna: de voorzitter) beslist op een door klaagster tegen beklaagde ingediende klacht.

Bij brief van 31 januari 2007 is klaagster een afschrift van de beslissing van de voorzitter toegezonden.

Op 12 februari 2006 heeft klaagster tegen de beslissing van de voorzitter verzet ingesteld.

Het verzetschrift is behandeld ter openbare terechtzitting van 10 april  2007 alwaar klaagster is verschenen. De gerechtsdeurwaarder heeft meegedeeld niet te zullen verschijnen. Hij heeft op 10 april 2007 een verweerschrift ingediend. Klaagster heeft ter zitting een pleitnotitie overgelegd.

Van de behandeling ter zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

De uitspraak is bepaald op 22 mei 2007.

 

2. De gronden van het verzet

 

In verzet heeft klaagster - kort samengevat – aangevoerd dat in de beslissing van de voorzitter ten onrechte is overwogen dat de tweede betalingsregeling niet goed is nagekomen en de gerechtsdeurwaarder daardoor tot verdere executie gerechtigd zou zijn. Van de gerechtsdeurwaarder is nooit bericht ontvangen dat aan het begin van de maand diende te worden betaald. Zonder enige verdere aankondiging is er beslag gelegd. Dit beslag was volkomen ten onrechte. Daarbij is een bedrag van € 125,00 van haar rekening afgeschreven aan beslagleggingskosten. Dit bedrag komt niet voor op de specificatie bij het exploot van beslaglegging. De gerechtsdeurwaarder heeft niet aangegeven waar dit voor is en aan wie het ten goede is gekomen. Klaagster stelt schade te hebben geleden, die de gerechtsdeurwaarder dient te vergoeden.

 

3. De ontvankelijkheid van het verzet

 

Klaagster heeft het verzet tegen voormelde beslissing van de voorzitter ingesteld binnen veertien dagen na de dag van verzending van een afschrift van voormelde beslissing van de voorzitter, zodat zij in haar verzet kan worden ontvangen.

 

4. De beoordeling van de gronden van het verzet

 

4.1 De gerechtsdeurwaarder heeft zijn verweerschrift pas op de dag van de zitting en daarmee te laat ingediend. Bovendien is gebleken dat hij het niet aan klaagster heeft toegestuurd. Een goede procesorde verzet zich daarom tegen kennisneming van deze stukken. De stukken zijn vernietigd.

 

4.2 Het is de Kamer niet gebleken dat de tweede betalingsregeling door klaagster niet werd nagekomen. Klaagster betaalde maandelijks. Wellicht niet telkens op het juiste tijdstip, maar niet gebleken is dat de gerechtsdeurwaarder klaagster heeft gewezen op de noodzaak tot betaling aan het begin van de maand. Dat had op zijn weg gelegen. Het beslag was daardoor voorbarig en de kosten daarvan zijn nodeloos veroorzaakt. Bij het beslag is ook te veel geïncasseerd, in ieder geval voor wat betreft het bedrag van € 125,00. Deze onderdelen van de klacht acht de Kamer gegrond en rechtvaardigen de na te melden maatregel op te leggen.

 

4.3 Dat het beslag iets te laat is overbetekend, is niet tuchtrechtelijk laakbaar.Een gerechtsdeurwaarder die een vergissing begaat of een fout maakt, maakt zich in het algemeen daarmee niet zonder meer schuldig aan handelen of nalaten dat  tuchtrechtelijk dient te worden bestraft. Dit kan anders zijn wanneer de vergissing of fout klaarblijkelijk gevolg is van grote onzorgvuldigheden of van handelen tegen beter weten in. Hiervan is echter niet gebleken.

 

4.4 De onderhavige procedure leent zich niet voor toekenning van schadevergoeding. Klaagster kan zich daartoe eventueel wenden tot de gewone rechter.

 

4.5 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.

 

BESLISSING:

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-        verklaart het verzet gegrond;

-        vernietigt de beslissing van de voorzitter;   

-        verklaart de klacht gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond;

-        legt voor het gegronde gedeelte van de klacht aan de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op.

 

Aldus gegeven door mr. S.G. Ellerbroek, voorzitter en mr. G.H.I.J. Hage en M.J-M.L. Baudoin, (plaatsvervangend) leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 mei 2007 in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

Coll.:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Meer informatie

Acties

Meta gegevens