Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:RBAMS:2007:YB0155
Datum uitspraak:
26-06-2007
Datum publicatie:
20-04-2009
Zaaknummer(s):
2007.51
Onderwerp:
Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Een berisping
Inhoudsindicatie:
Vermelden van zaken  in proces-verbaal van beslag die niet zijn gebaseerd op waarneming van de gerechtsdeurwaarder (raambeslag). Klacht gegrond en de maatregel van berisping opgelegd.

 

Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam

 

Beschikking van 26 juni 2007 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met zaaknummer 51.2007 van:

 

[     ],

klager,

wonende te [     ],

gemachtigde: [     ],

tegen:

 

[     ],

kandidaat-gerechtsdeurwaarder te [     ],

beklaagde.

 

Verloop van de procedure

Bij brief van 24 januari 2007 heeft de gemachtigde van klager een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna de gerechtsdeurwaarder.

Bij brief van 23 februari 2007 heeft de gerechtsdeurwaarder een verweerschrift ingediend.

De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 15 mei 2007 alwaar de gemachtigde van klager, beklaagde en [     ] zijn verschenen.

Van het verhandelde ter zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

De uitspraak is bepaald op 26 juni 2007.

 

1. De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:

a)     De gerechtsdeurwaarder is belast met de tenuitvoerlegging van een door de kantonrechter te [     ] ten nadele van klager gewezen vonnis.

 

b)     Bij exploot van 18 januari 2007 heeft de gerechtsdeurwaarder beslag gelegd op de zich in de woning van klager bevindende roerende zaken.

 

c)     De gerechtsdeurwaarder heeft het appartementencomplex waarin zich de woning van klager bevindt niet betreden en zij heeft de zaken niet waargenomen.

 

d)     In het proces-verbaal van beslaglegging is een lijst met in beslag genomen zaken opgenomen. Enkele vermelde zaken zijn doorgehaald. Deze doorhalingen zijn niet gebaseerd op waarnemingen van de gerechtsdeurwaarder maar op de veronderstelling dat deze zaken niet aanwezig zouden zijn.

 

2. De klacht

Klager stelt dat er beslag is gelegd op roerende zaken in zijn woning terwijl hij afwezig was. De gerechtsdeurwaarder heeft het perceel niet betreden. Tot zijn verbazing staan in het proces-verbaal zaken vermeld die zich niet in zijn woning bevinden of wel niet van buiten waarneembaar zijn. De woning bevindt zich in een appartementencomplex. De voordeur biedt geen zicht op hetgeen zich in de woning bevindt. De keuken bevindt zich aan de achterzijde van de woning. Ook indien de gerechtsdeurwaarder door een deur heen zou kunnen kijken, blijft de keuken buiten elk zicht. Desondanks vermeldt het proces verbaal zaken die zich in de keuken zouden bevinden. In de woning bevindt zich geen vloerbedekking zoals in het proces-verbaal wordt vermeld doch laminaat. Een en ander wijst erop dat de zaken als in het proces-verbaal vermeld niet daadwerkelijk door de gerechtsdeurwaarder zijn aangetroffen.

In dit geval zou er sprake zijn van valselijk opgemaakte stukken. Gezien de blokkerende werking van het beslag en de mogelijke strafrechtelijke sancties bij het onttrekken van enig goed aan het beslag, is dit een handeling die de gerechtsdeurwaarder zwaar aangerekend mag worden.

 

3 Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

 

Vanwege het kostenaspect voor betrokkene, de geringe omvang van de hoofdsom en de overlast die de overige bewoners zouden ondervinden bij het openbreken van de algemene toegangsdeur, heeft de gerechtsdeurwaarder gekozen voor een praktische oplossing, namelijk een zogenaamd raambeslag. De gerechtsdeurwaarder is van oordeel dat haar actie geen schoonheidsprijs verdient maar dat zij niet klachtwaardig heeft gehandeld maar juist de zorgvuldigheid in acht heeft genomen die een gerechtsdeurwaarder betaamt. . 

 

4. De beoordeling van de klacht

 

4.1 Door in het proces-verbaal verklaringen op te nemen en doorhalingen aan te brengen die niet zijn gebaseerd op waarnemingen heeft de gerechtsdeurwaarder dat stuk valselijk opgemaakt. Ter zake daarvan treft haar een ernstig tuchtrechtelijk verwijt. Gezien de aan een proces-verbaal toe te kennen bewijskracht behoort een gerechtsdeurwaarder in te staan voor de juistheid van zijn of haar verklaringen. De handelwijze van de gerechtsdeurwaarder wordt geenszins gerechtvaardigd door de door haar aangevoerde argumenten. Indien de gerechtsdeurwaarder het openbreken van de deur niet opportuun achtte, had zij van beslaglegging moeten afzien. De klacht is daarom gegrond.

 

4.2 Er is grond om tot het opleggen van de hierna vermelde maatregel over te gaan.

 

BESLISSING

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-       verklaart de klacht gegrond;

-       legt aan de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op.

 

Aldus gegeven door mr. S.G. Ellerbroek, voorzitter, mr. R.G. Kemmers en J.P.J.J. Timmermans, (plaatsvervangende) leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 juni 2007 in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

 

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

 

Meer informatie

Acties

Meta gegevens