Overheid.nl

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Terug

ECLI:
ECLI:NL:RBAMS:2007:YB0085
Datum uitspraak:
16-01-2007
Datum publicatie:
17-02-2009
Zaaknummer(s):
2006.199
Onderwerp:
Ambtshandelingen (art. 2 Gdw)
Beslissingen:
Inhoudsindicatie:
Aanpassen van de hoogte van de beslagvrije voet

Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam

 

Beschikking van 16 januari 2007 als bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet in de zaak met nummer 199.2006 van:

 

[     ],

wonende te [     ],

klaagster,

 

tegen:

 

[     ],

gerechtsdeurwaarder te [     ],

beklaagde.

 

Verloop van de procedure

 

Bij brief van 10 april 2006 heeft klaagster een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna de gerechtsdeurwaarder.

Bij brief van 22 mei 2006 heeft de gerechtsdeurwaarder een verweerschrift ingediend.

Bij brief van 2 juni 2006 heeft de gerechtsdeurwaarder aanvullende informatie overgelegd.

De klacht is behandeld ter zitting van 28 november 2006 alwaar klaagster en de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen.

Van de behandeling ter zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

De uitspraak is bepaald op 16 januari 2007.



1. De feiten

 

Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden.

 

a)      De gerechtsdeurwaarder heeft in augustus 2005 executoriaal derdenbeslag gelegd op een uitkering van klaagster. Daarbij is de beslagvrije voet onjuist toegepast en is ten onrechte in totaal een bedrag ad  € 3.021,60 ingehouden.

 

b)      Klaagster heeft in september 2005 aan de gerechtsdeurwaarder meegedeeld dat de beslagvrije voet onjuist werd toegepast. Deze klacht is niet afgehandeld in overeenstemming met de bij de gerechtsdeurwaarder bestaande interne klachtenprocedure.

 

c)      Bij brief van 22 mei 2006 heeft de gerechtsdeurwaarder klaagster onder meer medegedeeld dat haar klacht terecht was en klaagster uitleg gegeven en excuses aangeboden voor de onjuiste gang van zaken.

 

2. De klacht

 

Klaagster verwijt de gerechtsdeurwaarder, kort samengevat, dat deze de beslagvrije voet niet heeft aangepast, hoewel zij hierover regelmatig heeft geschreven en gebeld en ook het in oktober 2005 toegezonden inkomsten- en uitgavenformulier met recente uitkeringsspecificatie tijdig en aangetekend heeft toegestuurd. Zij heeft hier echter nooit meer iets van gehoord.

 

3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder

 

De gerechtsdeurwaarder is van mening dat de klacht terecht is ingediend. Er zijn maatregelen getroffen om dit soort problemen in de toekomst te voorkomen. Op 30 mei 2006 is het bedrag aan klaagster terugbetaald. Als gevolg hiervan is de schuldpositie van klaagster herleefd en acht de gerechtsdeurwaarder zich vrij om de nodige invorderingsmaatregelen te treffen, indien klaagster geen deugdelijk aflossingvoorstel doet.

 

4. Beoordeling van de klacht

 

4.1 Alvorens tot beoordeling van de klacht over te gaan, wordt overwogen dat ingevolge het bepaalde in artikel 34, eerste lid van de Gerechtsdeurwaarderswet slechts gerechts-deurwaarders (waarnemend gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders inbegrepen) aan tuchtrechtspraak zijn onderworpen. Het gerechtsdeurwaarderskantoor [     ]. Kan daarom niet worden aangemerkt als beklaagde. Ter zitting heeft gerechtsdeurwaarder [     ] zich opgeworpen als zijnde de gerechtsdeurwaarder tegen wie de klacht kan worden geacht te zijn gericht. Hij wordt door de Kamer derhalve aangemerkt als beklaagde waarmee in de aanhef van deze beschikking al rekening is gehouden.

 

4.2 Ter beoordeling staat of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet oplevert.

Naar het oordeel van de Kamer is dat hier het geval. De gerechtsdeurwaarder heeft erkend dat op de door klaagster toegezonden correspondentie door de betreffende dossierbehandelaar om voor de gerechtsdeurwaarder volslagen onbekende reden niet is gereageerd. De betreffende medewerker is inmiddels stevig aangesproken en de hele kantoororganisatie is van deze kwestie op de hoogte gesteld. De klacht is derhalve terecht voorgesteld.

 

5. Op grond van het voorgaande dient de klacht gegrond te worden verklaard. De Kamer ziet geen aanleiding tot het opleggen van een maatregel over te gaan. De Kamer heeft daarbij meegewogen dat de gerechtsdeurwaarder de medewerker die verantwoordelijk was voor het dossier van klaagster heeft aangesproken, maatregelen heeft getroffen om dergelijke problemen voor de toekomst te vermijden en dat aandacht zal worden besteed aan de te hanteren klachtenprocedure.

 

6. Beslist wordt daarom als volgt.

 

BESLISSING

 

De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders:

 

-        verklaart de klacht gegrond;

-        laat het opleggen van een maatregel achterwege.

 

Aldus gegeven door mr. S.G. Ellerbroek, voorzitter, mr. M.M. Beins en M.J.-M.L. Baudoin, (plaatsvervangend) leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 januari 2007 in tegenwoordigheid van de secretaris.

 

Coll.:

Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

 

Meer informatie

Acties

Meta gegevens